De wil tot het goede

Beste Michel,

Kind met duif

Picasso: Kind met duif

Onderdeel van het probleem zijn we allemaal, het is dus tijd naar “ons” te kijken, in plaats van steeds maar weer van gedachten te wisselen over onze interpretaties van het werk van Rudolf Steiner. Ik persoonlijk heb al lang geleden afscheid genomen van de perfecte Steiner, de allesweter, die steeds de waarheid sprak. Je moet wel blind zijn om de tegenspraken, de nooit afgemaakte aanzetten en de onjuistheden in de lezingen en boeken van Rudolf Steiner NIET te zien, en bovendien wanhopig, als je het perfecte beeld tegen alle evidenties in krampachtig overeind wilt houden.

Belangrijk is uiteraard je bezig te houden met wat Steiner allemaal heeft gezegd, maar heeft hij, zoals jij jezelf kennelijk voorhoudt, inderdaad alles gezegd? Dat heeft hij naar mijn idee niet, ik bedoel: over bepaalde thema’s heeft hij nadrukkelijk gezwegen. Over het “mysterie van het kwaad” zegt hij bijvoorbeeld dat daarover (in zijn tijd) nog niet kan worden gesproken. Nu is het kwaad niet zomaar een onderwerp, het raakt de nerf van al het denken over het leven, over waarheid en leugen, over gerechtigheid, over menselijke betrekkingen. En ja, heeft de twintigste eeuw na de dood van Steiner in 1925 niet getoond dat de vraag naar de betekenis van het kwaad inderdaad elke toen nog bestaande levensbeschouwing uit de voegen heeft gehaald? Om het eenvoudig te zeggen: de holocaust werpt een schril en onthutsend licht op al het voorafgaande, ook op de antroposofie. Met de open vraag naar de aard en de werking van het kwaad is de Europese cultuur in de postmoderne tijd aangekomen, lees bijvoorbeeld Hannah Arendt, Walter Benjamin, Michel Foucault…

Veel antroposofen hebben er moeite mee het werk van Rudolf Steiner te zien als een discursieve bijdrage, geworteld in de westerse esoterie, aan het denken, voelen en willen in “apocalyptische” (in de zin van Steiner) tijden. Vergeef me dat ik in deze brief het woord “apocalyptisch” vrij in de ruimte laat zweven, het is echter niet negatief en zeker niet hysterisch bedoeld – een van de geweldige bijdragen van Steiner is nu juist dat hij dit oude begrip, zoals zo veel andere begrippen ook, een moderne toepassing heeft gegeven. Mijn bewondering voor hem ligt in het feit dat hij zich als esoterische denker, kunstenaar en initiator consequent in de verwarringen van zijn tijd heeft gestort, met alle tegenspraken, fouten en mislukkingen van dien. Hij heeft het begrip van de esoterie dynamisch gemaakt, dat wil zeggen: in een ontwikkeling geplaatst. Wat hem in dit opzicht verweten kan worden, is dat hij in de laatste jaren van zijn leven met betrekking tot de wendingen in zijn benadering vaak niet erg duidelijk was. Zo had hij wat mij betreft kunnen zeggen dat bijvoorbeeld zijn boek Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten slechts een algemene en niet voor iedereen geldige instap in het esoterische ervaren beschrijft; in de teksten van de zogeheten “klassenuren” bijvoorbeeld, die uit de laatste jaren van zijn leven stammen, heerst een andere geest, die veel directer, individueler en dynamischer werkt.

Nu naar Bernard Lievegoed… In Over de redding van de ziel poogt hij de vraag te beantwoorden waarom de antroposofie in een maatschappelijk isolement is geraakt. Deze vraag wordt vrijwel altijd beantwoord met de bewering dat de mainstream in onze cultuur alles wantrouwt wat met esoterie te maken heeft. Lievegoed vond dit antwoord te gemakkelijk, te weinig zelfkritisch. Hij zag de oorzaak eerder daarin liggen, dat in de antroposofische beweging de vraag naar de waarheid-der-dingen eenzijdig op de voorgrond was komen te staan. Tegenover de wil tot de waarheid stelde hij – ik zeg het in mijn woorden – de wil tot het goede. En deze wil tot het goede leeft vooral in wat hij in zijn laatste boek in navolging van Rudolf Steiner als de missie van Mani beschrijft.

Nu ligt de menskundige moeilijkheid in het feit dat vanuit het perspectief van het streven naar waarheid er geen verschil is tussen de waarheid en het goede (en laten we het schone niet vergeten!) – de waarheid claimt alle perspectieven te omvatten, wat veel antroposofen er dan ook vaak toe brengt te zeggen dat de antroposofie alles omvat. Voor een beschouwelijk mens kan het er inderdaad zo uitzien dat niets ontbreekt. Maar je kunt in het veld van de waarheid eindeloos rondakkeren zonder gewaar te worden dat er in de wereld specifieke intenties bestaan die hulp nodig hebben. Anders gezegd: het ware en het schone en het goede denken, is iets anders dan het ware en het schone en het goede doen. Het blijft echter waar dat handelingen alleen dan op langere termijn vruchtbaar zijn, wanneer zij gepaard gaan met een streven naar geestelijk begrip.

ManicheansManicheïstische zielen voelen zich niet alleen thuis in de heilpedagogische beweging (inderdaad een soort van oefenveld van het manicheïsme binnen de antroposofische beweging), maar ook in sociale en ecologische bewegingen. De wil tot het goede leidt tot handelingen inzake mensenrechten, armoede, milieubeheer, misbruik in alle mogelijke vormen, en nog in Lievegoeds tijd met betrekking tot bijvoorbeeld de schaduwzijden van de industrialisering direct na de Tweede Wereldoorlog. De antroposofische beweging stond en staat ten opzichte van zulke bewegingen aan de zijlijn, werpt hoogstens zo nu en dan een diepzinnige blik op dit of dat, doet echter niet mee, riskeert de verwarringen van het leven niet. Zij wil graag soeverein de waarheid vertellen, doet dit echter zonder een werkelijke relatie aan te gaan. Zij isoleert zichzelf door de wil tot de waarheid te monopoliseren, tot het “hoogste” te verklaren. En haar isolement wordt nog eens extra dramatisch als antroposofen onderling strijd leveren over “waarheden”, los van wat in de wereld gaande is.

Volgens Rudolf Steiner lag het doel van de Vrije Scholen in het voorbereiden van het werk van Mani. Wat stellen wij ons daarbij voor? Of misschien beter gevraagd: stellen wij ons daarbij überhaupt iets voor? Hoe ziet de werkzaamheid van Mani eruit? Hoe zijn diens verschijnen en werken te herkennen? Deze vragen leven in de Vrije Schoolbeweging nauwelijks, in mijn ogen zijn het echter precies de vragen die leiden tot een antwoord op de vraag die hier en daar WEL wordt gesteld, namelijk: welke rol zou de Vrije Schoolpedagogie in de samenleving kunnen en moeten spelen? Of in Lievegoeds woorden: hoe kan de Vrije Schoolbeweging met betrekking tot het maatschappelijke en pedagogische denken uit haar isolement gehaald worden?

Khocho-Temple_8-9thCLievegoed wilde met zijn Over de redding van de ziel de weg voor een hernieuwde kijk op de geestelijke en maatschappelijke betekenis van de antroposofie banen. Hij deed dit door te wijzen op het verbond dat Steiner, Christian Rosenkreutz en Mani sloten. De beide eersten staan in de traditie van de Europese esoterie, de laatste heeft een mondiale betekenis. En daarmee verdiept zich de vraag van de antroposofie nog eens in een specifieke richting: hoe als Europese verschijning een rol in de globalisering (wat een michaëlische ontwikkeling is) te spelen? Genoemd verbond is echter niet een soort van deal, ooit voor eens en voor altijd tussen drie grote gestalten gesloten, waar we slapend of dromend op verder kunnen bouwen; het is een “gebeurtenis” die zich in de praktijk van het leven, in de samenwerking in instellingen en in de persoonlijke ontwikkeling van de enkelingen voortdurend herhaald, in het hier en nu voltrokken moet worden. Als Lievegoed sprak van een “cultuur van het hart” doelde hij op samenwerkingsvormen tussen individuen die er bewust voor gekozen hebben, waar zij zich ook bevinden, met elkaar het avontuur (adventura: wat op ons toekomt) van de vrijheid, de gelijkheid en de zusterlijkheid aan te gaan. Hij wilde eraan bijdragen dat – in een tijd waarin vooral de abstracties in de werkrelaties dreigen te overheersen – deze michaëlische geest om te beginnen in antroposofische instellingen gewekt wordt. Het gaat er dus inderdaad om naar “ons” te kijken.

Met een hartelijke groet uit Keulen!

Jelle van der Meulen

5 Responses to De wil tot het goede

  1. Frans Wuijts says:

    Beste Jelle,
    Mag ik ook even een duit in dit zakje doen?
    Ik heb nimmer een probleem gehad met de feilbaarheid van Rudolf Steiner. Niet met eventuele tegenspraken, niet met onafgemaakte aanzetten, onjuistheden en wat dies meer zij. Ik heb voor mijzelf aangevoeld dat hij mij in vergelijking met andere grote geesten het beste verder zou kunnen helpen in het verkrijgen van kennis over mijzelf en over de wereld om mij heen met daarbij de nodige handvatten om het goede goed te doen …vanuit inzicht. Oneffenheden daarin hebben mij nooit verontrust. Die verstoorden voor mij de essenties van het geheel van zijn verhalen niet. Dat doen ze nog steeds niet. Elke keer vind ik juist weer nieuwe gezichtspunten waar ik iets mee kan. Ik heb dan ook weinig aandrang om mij in discussies te begeven over de mate van juistheid daarvan. Als ik ze zelf maar een plek kan geven en er het goede mee kan nastreven dan wel doen. Hoewel er ook niks op tegen is om samen te onderzoeken waarin hij kan worden gecorrigeerd respectievelijk verbeterd.
    Antroposofie moet je doen, is voor mij steeds het motto. Wel op grond van inzicht. Door daarbij het situationeel bepaalde goede ook goed te doen. Door het denken rein te maken en de waarneming scherp. Om zo tot zuivere oordelen te komen over hetgeen ook noodzakelijk is om te doen. En dan gaat er wel eens wat de mist in. Ik ben een initiatiefmens. De concepties van Bernard Lievegoed en zijn medewerkers voor de ontwikkeling van organisaties etc. hebben mij daarbij geweldig geholpen. En nog steeds.
    ‘Wie erlangt man…’ was en is een van zijn belangrijkste voertuigen voor me (ook het eerste boek van hem dat ik las en dat als de zogenaamde bom bij mij insloeg). Lex Bos schreef eens: ‘Wat Ge wilt dat een ander doet, Ge eerst zelf ontwikkelen moet’. Daar stuit ik regelmatig op en ik probeer dan meer beslagen ten ijs te komen.
    Natuurlijk vind ik het ook wel eens jammer dat Steiner niet alles heeft gezegd over alles op sommige gebieden wat vaag was. Maar ja, het zij zo.
    Antroposofen doen te weinig mee in deze tijd. Niet in de bedrijven, niet in de wetenschap, niet in de politiek. Ik had grote bewondering voor de mensen van het NPI in Zeist. Die trokken de bedrijven in om hen op allerlei manieren verder te helpen richting bewuste menswaardigheid in het ondernemen, het organiseren daarvan, leiding geven daarin en samenwerken daartoe.
    Ook mensen als Rudolf Mees c.s. die het initiatief hebben genomen tot de oprichting van de Triodosbank krijgen mijn bewondering. En vele anderen die wel hun nek hebben uitgestoken en initiatief hebben getoond en genomen.
    Maar nu in de huidige tijd moeten we dergelijke krachtpatsers vaak node missen. Natuurlijk heeft iemand als Peter Blom heel positieve invloed. Maar er zijn te weinig hulptroepen. Waar zijn de driegeleders in de politiek? Wie stelt het vraagstuk van grond en bodem (nadrukkelijk GEEN koopwaar) op de juiste plekken aan de orde?
    Waar zijn de aanzetten tot een meer associatieve economie in de reguliere sfeer? Wie stelt de psychologische prijzen aan de kaak? Wie de fundamentele vrijheid van onderwijs? En een nieuwe manier van bekostiging daarvan. Wie geeft aanzetten tot een vernieuwde vorm van bekostiging van de kunsten? Om maar eens een paar dwarsstraten te noemen. Ik neem waar dat veel mensen in deze tijd zich in (verouderde) coöperatieve structuren bundelen om een tegenwicht te bieden tegen de te ver doorgeschoten kapitalistische ondernemingswijze. Wie helpt hen inzicht in de noodzakelijke ontwikkelingsconcepties daartoe om te voorkomen dat ze na enige tijd in dezelfde fouten vervallen als diegenen die ze willen bestrijden?
    De Antroposofische Vereniging dient zich buiten de politiek te houden. De AV heeft geen mening. Individuele leden kunnen zich vanuit hun privédomein echter wel degelijk politiek engageren door onafhankelijk het eigen geluid te laten klinken. Het bestuur van de AV mag daar wat mij betreft best toe oproepen zonder er zelf aan mee te doen.
    De ontwikkelingsconceptie van de driegeleding voor onze samenleving en ook de inzichten vanuit de Nationalökonomischer Kurs zijn actueler dan ooit. Waarom is de Nederlandse vertaling daarvan nog steeds niet verschenen?
    Dit zijn zo eerst enkele oprispingen van me.
    De ‘Meester’ tegen Rudolf Steiner:
    ” Als gij de vijand wilt bestrijden, begin dan met hem te begrijpen. Gij kunt de
    draak alleen overwinnen door in zijn huis te kruipen. De stier moet gij bij de horens
    vatten. Juist in de opperste nood zult ge uw wapens en uw medestrijders vinden. Ik heb u laten zien wie ge zijt, ga thans – en blijf uzelf!”

    Klik om toegang te krijgen tot schure_ontwikkeling_rudolf_steiner.pdf

    • jelle van der Meulen says:

      Beste Frans Wuijts, dank voor je gouden duit… Ja, de krachtpatsers die we node missen… Ik denk wel eens dat de krachtpatserij zich verschuift van de enkeling naar gemeenschappen. We maken het in moment in Duitsland met de “piraten” mee, die de noodzaak van een nieuwe gemeenschapsvorming inzien, echter niet instaat zijn de juiste inrichting en afstemming te vinden. Zij worstelen met de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, hetgeen er helaas toe leidt dat de enkelingen opstappen. Maar hoe je het ook wendt of keert, de piraten stellen de juiste vragen, de antwoorden zijn echter nog niet in zicht. Hartelijk, Jelle van der Meulen

  2. Frans Wuijts says:

    Beste Jelle,
    Dank voor je reactie.
    Juist Bernard Lievegoed c.s. waren keien in het in gewone mensentaal verhelderen van wegen om tot inzichten en besluiten te komen (denkend en waarnemend via de kenweg en oriënterend/koerszoekend en handelend via de keuzeweg). Het model van Lex Bos is de diamant van het dynamische oordeelsvormingsproces binnen de polariteiten van
    • inzichten – besluiten
    • doelen – wegen
    • ideeën/begrippen – waarnemingen, feiten en ervaringen.
    En ze hadden meer edelstenen in huis. Adriaan Bekman ontwikkelde samen met Jaap van Rijswijk de zeven bakens en zeven fasen voor een initiatiefproces:
    1. Leidbeeld – 2. Beleid (werkzame opvattingen) – 3. Doelen en doelgroep(en) –
    4. Netwerk (deskundigen, dragende initiatiefnemers en formeel verantwoordelijken) – 5. Organisatorische condities – 6. Tijd – 7. Middelen (geld, menselijke vermogens, ‘hardware’).
    Ook de bekende fasen in de organisatieontwikkeling pioniersfase – differentiatiefase – integratiefase (zowel interne als externe integratie), ook wel de uiteindelijke associatiefase genoemd (ik meen door Friedrich Glasl) geven gereedschap dat aan de werkelijkheid is afgelezen – voor het goed doen vanuit inzicht van de goede ‘dingen’ – in de actuele fase van de ontwikkeling van een organisatie.
    Lievegoed wees er nog uitdrukkelijk op dat deze fasen slechts voor organisaties in het economisch leven gelden. Voor instituties in het geestesleven zag hij andere wetmatigheden.
    Zo kan ik nog wel even doorgaan: drieledige, vierledige, zevenledige ontwikkelingsconcepties e.d., alle geënt op hetgeen Steiner als ‘kwaliteiten’ voor mens, groep, organisatie en maatschappij heeft gegeven.
    Ik denk dat velen, die in Steiners antroposofie geïnteresseerd zijn hier nog nimmer van hebben gehoord, laat staan dat ze deze concepties oefenend hebben toegepast. Dat geldt trouwens ook voor de driegeleding van het sociale ‘organisme’ en de uitermate actuele inhoud van de Nationalökonomischer Kurs.
    Een must voor elke antroposofisch geïnteresseerde in deze tijd, is mijn opvatting.

  3. Pingback: De wil tot het goede | Bernard Lievegoed | Antroposofie in de media

  4. guthschmidt says:

    Beste Jelle van der Meulen,

    Een paar veronderstellingen zijn mij niet duidelijk.
    Wat wordt er verstaan onder mainstream? Ik vraag dat omdat in de bankwereld, tuin en landbouw, onderwijs, heilpedagogie, org. ontwikkeling, gezondheidszorg, om er maar een paar te noemen, stevige organisaties staan die meepraten in wat voor vorm dan ook. Hun invloed is aanwezig. Daarnaast zijn vele boeken van o.a. Lievegoed gelezen en hebben daarmee een werking. Volgens mij drukt esoterie zich niet uit in getallen(hoeveelheid leden of geldstromen) maar in kwaliteit.
    Dan de veronderstelling dat de antr. beweging te veel in het hoofd zit, dat herken ik maar we zijn eenvoudig nog niet verder. In het hoofd zijn we als mens het meest wakker, we dromen in het gevoel en slapen in de wil, u kent deze uitspaak ongetwijfeld ook. Ik ben ervan overtuigd dat vele mensen bezig zijn met dit thema en zoeken naar methodes om de wil wakker te krijgen vooral bij zichzelf. Maar het is zoals het is, niet meer en niet minder.
    Uw zin ” de antrop. beweging staat aan de zijlijn” ligt veel genuancerder in mijn ogen. Soms wel soms minder.
    Ik heb 15 jaar in de Soc. Sectie gezeten en daar ervaren dat de samenwerking goed was. Er werd geluisterd, soms geoefend en heel soms iets samen gedaan en natuurlijk gingen dingen niet altijd goed of waren onduidelijk. Maar ik ging er graag naartoe. Kortom ik ben niet zo pessimistisch over “ons”.

    Naast deze wat kritsche opmerkingen is deze brief van u een onverwachte wending voor mij omdat ik in eerste instancie aan een andere ingang dacht over dit thema “het bekend maken van de toekomstige impuls van Lievegoed”.
    Ik hoop dat over het thema “het goede doen” een levendige discussie ontstaat waaraan ik ook graag een duit in het zakje wil doen ter zijner tijd.

    Met vriendelijke groet, Wilhelm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: