Motief, nr. 181 van april 2014

Het artikel ‘Een geval van karaktermoord. Over Bernard Lievegoed en Steven Matthijsen’ door Jelle van der Meulen zal verschijnen in het aprilnummer van Motief, nr. 181.

Een geval van karaktermoord. Over Bernard Lievegoed en Steven Matthijsen

Door Jelle van der Meulen

In zijn zojuist verschenen boek Een stap verder beschrijft Nard Besseling een geval van karaktermoord in de antroposofische beweging in Nederland. De ondertitel van het boek luidt: ‘Over het turbulente ontstaan van de Bernard Lievegoed Kliniek’. Het drama dat Besseling belicht maakte deel uit van de moeizame processen die aan de start in september 1992 van de psychiatrische kliniek in Bilthoven voorafgingen. Uit de goed gedocumenteerde beschrijvingen blijkt klip en klaar dat daarbij niet alleen inhoudelijke meningsverschillen, maar ook persoonlijke aversies en het verdedigen van bestaande machtposities een hoofdrol hebben gespeeld.

Steven Matthijsen

Steven Matthijsen

Ik wil mij hier op het handelen van Bernard Lievegoed in deze kwestie concentreren. Om zicht te krijgen op zijn positie in het geheel van de verwikkelingen is het echter eerst nodig een paar omstandigheden kort te beschrijven. Zo was er de onontkoombare – en eigenlijk vanzelfsprekende – omstandigheid dat de overheden van de antroposofen een eenduidig concept verlangden, meningsverschillen moesten dus overwonnen worden. Een volgende omstandigheid was echter dat de betrokkenen er grote moeite mee hadden tot een gezamenlijk voorstel te komen, de afgronden waren te diep. In de kern ging het daarbij om de vraag of de kliniek een afdeling van de (toen nog bestaande) Zeylmans Kliniek zou worden, of dat zij zelfstandig als algemeen psychiatrisch ziekenhuis (APZ) zou worden ingericht.

 

Bernard Lievegoed, hij was inmiddels ruim in de zeventig, speelde geen formele rol in de voorbereidingen, hij was een soort van raadgever op de achtergrond. Samen met ondermeer Cees Zwart, Ate Koopmans, Bart Jan Krouwel en Marko van Gerven, die allen meer of minder relevante bestuurlijke posties innamen, vond hij dat de kliniek onderdeel van de Zeylmans Kliniek moest worden. Hij was van mening dat de psychiatrie alleen op die manier in het geheel van de medisch-antroposofische zorg kon worden geïntegreerd, een apart ziekenhuis wees hij met kracht van de hand. Dat de kliniek uiteindelijk toch een apart ziekenhuis is geworden en dat Lievegoed er niettemin in 1992, dus kort voor zijn sterven, zijn naam aan liet verbinden, is een niet onbelangrijk aspect van het drama.

De belangrijkste voorstander van een zelfstandig psychiatrisch ziekenhuis, dus los van de Zeylmans Kliniek, was de psychiater Steven Matthijsen. Hij behoorde niet tot het sociale netwerk rond de Zeylmans Kliniek en had als psychiater vanaf 1978 met succes een afdeling in de Willem Arntsz Hoeve geleid, waar hij in de jaren daarna tal van antroposofische therapieën had ingevoerd. Matthijsen en zijn medestanders (Frank Ruijl, Briën Bos) benadrukten in de aanloop tot de op te richten psychiatrische kliniek dat een APZ duidelijk meer therapeutische voorzieningen mogelijk maakte; zo konden in een APZ ook langdurig patiënten worden opgenomen, wat in een afdeling van een algemeen ziekenhuis niet was toegestaan. Uit de beschrijvingen van Nard Bessseling leid ik af dat Matthijsen soeverein optrad als een bevlogen en hardnekkige initiator, die bij de vertegenwoordigers van de overheid werd gerespecteerd.

Willem Arntsz Hoeve

Willem Arntsz Hoeve

Terugblikkend kan worden vastgesteld dat de Bernard Lievegoed Kliniek zonder de visie en de inspanningen van Steven Matthijsen nooit zou zijn ontstaan. Het verloop van de gebeurtenissen laat echter zien dat uitgerekend Matthijsen onder schot kwam te staan als initiator, als praktiserend psychiater, maar ook als persoon. Simpel gezegd: veel van de mensen die deel uitmaakten van het sociale netwerk rond de Zeylmans Kliniek zagen hem niet zitten. En Matthijsen kreeg dat ook volop te merken; een antroposofische arts in Zeist – om maar een voorbeeld te noemen – maakte op zeker moment kenbaar dat alle antroposofische artsen in Zeist geen patiënten meer naar Matthijsen door wilden verwijzen. Waarom niet? Dat werd niet duidelijk, concrete bezwaren tegen zijn werk als psychiater werden niet openlijk geuit.

Matthijsen merkte aan alle kanten dat door roddel en achterklap zijn reputatie op het spel stond, tastte met betrekking tot de redenen daarvan echter in het ongewisse. Hij bevond zich dus in de onaangename situatie van iemand die slachtoffer van karaktermoord dreigt te worden. Waarom werd Matthijsen genekt? Besseling stelt in zijn boek weliswaar deze vraag, maar laat het antwoord erop wijselijk open. Ik houd het er echter op dat leden van het netwerk rond de Zeylmans Kliniek de macht met deze vreemde – niet zomaar vreemde, maar zwarte – eend in de bijt niet wilden delen.

 

Berg en Bosch Bilthoven7689-rm514642

Berg en Bosch te Bilthoven

Ik kom nu bij de rol van Bernard Lievegoed in het geheel. Op 11 november 1988 verstuurde Lievegoed een brief aan het bestuur en de artsen van de Zeylmans Kliniek en aan het bestuur van de Vereniging van Anthroposofische Artsen. De volledige tekst van de brief is in het boek van Nard Besseling na te lezen. De brief bestaat uit twee delen, in het eerste maakte Lievegoed duidelijk waarom naar zijn mening de op te richten psychiatrische kliniek onderdeel van de Zeylmans Kliniek moest worden. In zijn ogen moest iedere categoriale afsplitsing ‘principieel’ worden afgewezen. In het tweede deel gaf Lievegoed zijn mening over de persoon van Steven Matthijsen, op een manier waar – een treffender formulering schiet mij niet te binnen – de honden geen brood van lusten. Refererend aan een gesprek dat tussen hem en Matthijsen had plaats gevonden, schreef Lievegoed ondermeer:

‘In het door Steven Matthijsen gevraagde laatste gesprek heb ik hem onomwonden verklaard: Jij hebt mij gevraagd om een oordeel uit te spreken over je eigen positie in de psychiatrische strijdvraag: welnu, jij bent absoluut ongeschikt om een groep te leiden, het tragische bij jou is, dat je altijd juist dàt wil wat je niet kan. Jij bent een “Einzelgänger”, een “lonely hunter”. (…) Alle samenwerking heeft altijd tot polarisatie gevoerd, ook nu weer.’ En: ‘Kort en goed, ik heb hem moeten zeggen dat als hij benoemd zou worden in de vacature van psychiater, er één grote ellende komt. Ik stel vast, dat ik hier met een onvolgroeide persoon te maken heb, wat ik hem ook gezegd heb’. (Onderstrepingen van Lievegoed. JvdM)

 

Bernard Lievegoed Kliniek te Bilthoven

Huidige Bernard Lievegoed Kliniek te Bilthoven

Bernard Lievegoed had ook nog in de laatste jaren van zijn leven een grote invloed in de antroposofisch-medische beweging in Nederland. Zijn brief betekende dan ook de nekslag voor Steven Matthijsen. Wie geïnteresseerd is in de uitwerking van de brief zij verwezen naar het boek van Nard Besseling, hij beschrijft tamelijk nauwkeurig hoe besturen en personen er indertijd mee zijn omgegaan. In de samenhang van mijn bijdrage op deze weblog is het voldoende vast te stellen dat Matthijsen van het verzenden en van de inhoud van de brief lange tijd niet op de hoogte was en ook dat hij tot op de dag van vandaag met de bittere gevolgen ervan te maken heeft.

Mij interesseren vooral drie aspecten. Het eerste is dat Lievegoed de brief aan (twee) besturen zond, niet dus aan betrokken privépersonen. Niet dat het laatste de zaak veel beter zou hebben gemaakt, maar doordat de brief een uiterst negatieve beschrijving van de persoon van Steven Matthijsen bevatte, uiteraard niet voor derden bedoeld, werden de betreffende besturen in een moeilijke situatie gebracht. Zij konden niet anders dan ‘besmuikt’ ermee omgaan. De brief was een openbaar feit dat niet als openbaar feit kon worden behandeld.

Het tweede betreft de oordelen over de persoon van Matthijsen als zodanig, die klinken als de subjectieve oordelen van een hoogst verergerde godfather. Met name de mengeling van quasi psychologische begrippen (‘lonely hunter’, ‘onvolgroeide persoon’) en patriarchale zinswendingen (‘Ik heb hem moeten zeggen dat…’) verraden een gebrek aan soevereiniteit, je zou ook kunnen zeggen: aan wijsheid, die niet paste bij het morele aanzien dat Lievegoed – mijns inziens terecht – in brede kringen genoot. Hij geraakte ermee in tegenspraak tot zichzelf.

50911dc68036e-lievegoed-psychiatrie-bernard-lievegoed-kliniekHet derde aspect betreft de omstandigheid dat het in de brief overduidelijk slechts ogenschijnlijk om de strijdvraag ‘afdeling Zeylmans versus zelfstandig ziekenhuis’ ging. De brief openbaart dat de strijd in feite om de persoon van Steven Matthijsen handelde, wat in het verdere verloop van de ontwikkeling ook glashelder werd. Op het moment dat Matthijsen aan de kant was gezet, vielen de principiële bezwaren tegen de door hem voorgestelde vorm weg en kort daarop zou Lievegoed er zelfs mee instemmen dat zijn eigen naam aan de kliniek als zelfstandig psychiatrisch ziekenhuis werd gegeven.

 

Nu kan een lezer misschien denken: Het kan toch zijn dat Lievegoed met betrekking tot de persoon van Matthijsen eenvoudig gelijk had? Je hoeft echter Matthijsen niet eens te kennen – ik ken hem niet – om te weten dat het antwoord op de vraag alleen maar ontkennend kan zijn. Alleen al de hoeveelheid gram die in de oordelen steekt, verraadt de subjectiviteit ervan. Iets van de oordelen mag een heel klein beetje waar zijn, zoals het ook een heel klein beetje waar is dat er in Londen altijd een natte mist hangt. Maar als een evenwichtige beoordeling van een persoon – hoe trouwens over personen te oordelen? – zijn de woorden van Lievegoed niet serieus te nemen.

Ook kan een lezer denken: de geschiedenis loopt nu eenmaal niet op pantoffels, daar waar gehakt wordt vallen spaanders. Dat is natuurlijk waar en je hoeft geen Alexander de Grote te heten om met goed of slecht recht schuld op je te laden. Maar met het oog op Bernard Lievegoed is nu juist de vraag: hoe kan uitgerekend de man die steeds maar weer opriep tot samenwerking van personen en groepen met verschillende karmische achtergronden, zo blind zijn geweest in eigen queeste? Wat heeft hem in deze geschiedenis parten gespeeld? Waarom heeft hij zijn soevereiniteit niet weten te bewaren?

Interieur Lievegoed Kliniek Bilthoven 1

Interieur Lievegoed Kliniek te Bilthoven

En de lezer kan denken: is het niet beter deze zaak te laten rusten? Het is immers al zo lang geleden… Ten eerste is eerherstel voor Steven Matthijssen op zijn plaats, al was het alleen maar om ontstane wonden te helen. Eerherstel is – juist in de zin van de ‘cultuur van het hart’ van Bernard Lievegoed – een reinigende handeling, die de weg voor het vergeven opent, en vergeving behoort in esoterisch opzicht tot de krachtigste handelingen in het leven. Niet alleen de persoon van Steven Matthijsen heeft hier baat bij, ook de individualiteiten van Bernard Lievegoed en van vele anderen meer zoeken deze verzoening. Die kan alleen plaatshebben wanneer mensen in het hier en nu zich ervoor verantwoordelijk stellen.

Maar het gaat hier niet alleen om personen, het gaat – ten tweede dus – ook om het zelfbegrip van de antroposofische beweging in Nederland als geheel. Ik bedoel hier het volgende mee. Een beweging die zich niet om de ongerechtigheden van haar verleden bekommert, komt – net als de persoon van Bernard Lievegoed in dit geval – in tegenspraak met zichzelf. Zij doet met betrekking tot zichzelf niet wat zij anderen met betrekking tot hun zaken voorhoudt. En juist doordat de details in de openbaarheid verborgen blijven, wordt het besmuikte manoeuvreren dat ermee gepaard gaat, des te scherper geregistreerd.

 

Tot de vruchtbare eigenschappen van Bernard Lievegoed behoorde dat hij ertoe bereid was zijn invloed (macht) ook daadwerkelijk te gebruiken; moeilijke en vaak ook pijnlijke beslissingen schuwde hij niet. Maar in gesprekken met hem heb ik meerdere malen moeten vaststellen dat hij met betrekking tot bepaalde personen in zijn oordelen onvrij kon worden, zich dan inderdaad door een afschuw liet leiden, die diep uit zijn wezen kwam en vanuit de feitelijke omstandigheden maar moeilijk te verklaren viel. Mij lijkt dat op zichzelf niet iets opmerkelijks te zijn, aan personen kleven nu eenmaal altijd ongerijmdheden, ook duistere en onaangename. Voor een begrip van de betekenis van Bernard Lievegoed is echter van belang dat de vraag wordt gesteld: waarop hadden zijn aversies inhoudelijk gezien betrekking?

Locatie voormalige Zeylmanskliniek

Locatie voormalige Zeylmanskliniek

Alleen in het kader van een uitvoerige biografie kan deze vraag worden beantwoord. Maar ik waag het niettemin op deze plaats één enkel aspect te belichten, omdat het mij al zo lang bezighoudt en omdat het in de verhouding tot Steven Matthijsen wellicht ook een rol heeft gespeeld. Mij lijkt het dat Bernard Lievegoed vaak een probleem had met mensen die in hun denken en handelen in staat waren consequent aan bepaalde uitgangspunten (‘waarheden’) vast te houden, mensen dus die de inhoud en de vorm van hun ‘begrippen’ niet aan steeds wisselende omgevingen wensten aan te passen. Lievegoed was extreem ‘situationeel’ ingesteld, een vis in het water van de sociale verhoudingen, daarbij was het echter soms moeilijk zijn uitingen onder één noemer te krijgen. Alleen al aan zijn publicaties is dit te zien, de lezers die hij voor ogen had bepaalden in hoge mate inhoud en vorm van zijn teksten.

Voor Lievegoed’s gevoel waren ‘waarheden’ al snel ‘gefixeerd’, van letterlijke herhalingen hield hij al helemaal niet, hij beschouwde ze als negatieve nawerkingen van de oud-Egyptische cultuur. Zijn behoefte begrippen open te laten is bijvoorbeeld te zien aan zijn notie van een ‘cultuur van het hart’, dat hij eigenlijk nooit nader heeft beschreven, laat staan heeft gedefinieerd; hij beschouwde het begrip eerder als een toegang tot een nog onbestemde ruimte die erachter lag. In die ruimte scheen achter een dik wolkendek een zon, je zag het licht, maar niet de bron ervan. Tal van mensen voelden zich door de notie dan ook aangesproken, zij konden er als het ware hun eigen intenties mee verbinden.

Hij prees ook altijd weer de voordrachten van Rudolf Steiner, hij vond ze ‘beweeglijk’ en ‘open’ en ‘niet gefixeerd’. Ik heb Lievegoed nooit horen zeggen dat hij onder de indruk was van de consistentie bij Steiner, het waren juist de wisselingen in de formuleringen die hem bevielen en tot voorbeeld waren geworden. Een schaduwzijde van Lievegoed ligt dan ook precies in een zekere slordigheid met betrekking tot de begrippen die hij gebruikte. Vooral in antroposofische kringen in Duitsland werd en wordt hij op dit punt bekritiseerd, wat soms zover gaat dat hij in het geheel niet serieus wordt genomen. (Dat ook dit meestal ‘besmuikt’ wordt geuit, hoeft ons niet te verbazen, zie boven.)

willemarntszhoeveDieter Brüll is een goed voorbeeld van iemand die bij Lievegoed steeds weer aversie opriep. Een vertrouwde medewerker van Bernard Lievegoed beschreef de verhouding tussen Brüll en Lievegoed ooit eens treffend als volgt: ‘Daar waar Brüll de haarscherpe floret van het precieze denken inzette, gebruikte Lievegoed aan het slot van de discussie de bijl van de wil’. Deze karakterisering verraadt iets algemeens over het handelen van Lievegoed, dat zich inderdaad richtte op de constructieve (soms ook destructieve, zie boven) werking van de begrippen in een heel bepaalde situatie. Kennis en inzicht waren voor Lievegoed vaak een middel tot een bepaald doel. (Bij Brüll was dit minder het geval, in de regel leidde hij het doel af uit de begrippen die hij ‘begreep’.)

Juist van Lievegoed heb ik geleerd – hij hield vaak niet op erover te spreken – dat de individuele wijze van ons denken, voelen en willen ook een cultureel-karmische aangelegenheid is, die boven onze persoon uitgaat. Hij verklaarde dan bijvoorbeeld: ‘Als je als Viking ooit een inwijding in de Noordse mysteriën hebt doorgemaakt en je ontmoet in je huidige leven iemand die een inwijding in het Griekse Efeze beleefde, moet je erop voorbereid zijn dat eerst een paar grote misverstanden opduiken’. Hij kon dit lachend zeggen, als ging het om grappige aangelegenheden die met humor konden worden genomen. Maar dat het hem zelf niet altijd was gelukt zo luchtig met de ‘misverstanden’ in zijn eigen leven en streven om te gaan, wist hij heel goed, al sprak hij er niet graag over.

Ik denk dat het ook deze zelfkennis was, die hem ertoe bracht steeds weer over een ‘cultuur van het hart’ te spreken.

Jelle van der Meulen, Keulen, februari 2014

 

Het boek Een stap verder. Over het turbulente ontstaan van de Bernard Lievegoed Kliniek kost 14,50 euro en is te verkrijgen via de auteur: Nard Besseling, Ahornstraat 9, 3203 VA Spijkenisse, info@utz.nl, (0181) 61 68 49.

 

Dit artikel is gepubliceerd in Motief. Maandblad voor antroposofie, nummer 181 van april 2014.