Terugblik op het symposium van 17 december 2017: De inspiratie van Bernard Lievegoed

Op 17 december 2017 werd in Antropia het symposium “De inspiratie van Bernard Lievegoed. Bij zijn 25e sterfdag” gehouden. Op 12 december 2017 was het 25 jaar geleden dat Lievegoed was gestorven. Dit symposium, georganiseerd door het Parsifal Fonds en het Lievegoed Archief, bij monde van Michel Gastkemper en Hildebrand Lievegoed, wilde zich richten op wat de initiatieven en impulsen van Lievegoed voor onze tijd betekenen en voor de toekomst.

Als voorbereiding op het symposium interviewden Michel Gastkemper en Hildebrand Lievegoed zeven mensen die zich in hun dagelijks werk direct door het werk van Lievegoed laten inspireren. Dit resulteerde in een interviewbundeltje dat de symposiumdeelnemers mee naar huis kregen.

Tijdens de voorbereidingsgesprekken bleek dat Uitgeverij Christofoor voornemens was om vijf boeken van het werk van Lievegoed opnieuw uit te geven. Lievegoed hield tijdens zijn leven vele voordrachten die in zijn boeken hun weerslag kregen. Dat deze voordrachten en boeken niets aan actualiteit hebben ingeboet, bleek bij het verzorgen van de heruitgaven en droeg zo bij aan de voorbereiding op deze symposiumdag.

De dag werd geopend door Marjan Keuter, die bij het redactiewerk van de heruitgaven van de boeken en zo bij de voorbereiding op het symposium was betrokken, en de helaas ziek geworden dagvoorzitter verving.

Hildebrand Lievegoed opende het symposium met te memoreren dat op deze dag precies veertig jaar geleden zijn vader Bernard Lievegoed de grondsteenspreuk voor het Iona-gebouw (nu Antropia) presenteerde. Hij liet een bijzonder fragment zien uit een interview dat Lievegoed hield voor de BRT-televisie in 1984. Een sterke blijk van herkenning trad bij veel deelnemers op bij het zien van zijn gestalte en het horen van zijn karakteristieke stem en krachtige uitspraken.

Het ochtendprogramma werd vervolgd door een lezing van Christine Gruwez over de drie grote mensheidsstromingen, te weten de door Bernard Lievegoed in zijn postume boek Over de redding van de ziel behandelde drie geestesstromingen antroposofie, rozenkruis en manicheïsme. Consciëntieus en grondig onderzocht de spreekster hiermee samenhangende vraagstukken, zoals het verschil tussen mysteriestromingen en geestesstromingen, tussen dualiteit en polariteit, tussen drieledigheid en vierledigheid. Zij wist de onderliggende verschillen goed duidelijk te maken en zo bij te dragen aan verheldering van wat Lievegoed in zijn boek schetst.

Na deze inspirerende lezing was het tijd voor Inge van der Ploeg van Uitgeverij Christofoor om de vijf heruitgaven te presenteren. Zij deed dit op hilarische wijze door eerst een grote rij publicaties van Lievegoed ‘uit de oude doos’ te tonen die grote herkenning in de zaal opriepen, om uiteindelijk te komen tot de vijf spiksplinternieuwe heruitgaven. Nieuw in die zin, dat zij alle compleet waren doorgenomen door een redactie, bestaande uit Hildebrand Lievegoed, Michel Gastkemper en Marjan Keuter. De redactie verzorgde redactionele inleidingen en waar nodig annotatie, zodat het werkelijk nieuwe uitgaven waren geworden.
De eerste exemplaren van de vijf boeken werden aan de drie redactieleden aangeboden, waarna ieder vertelde over de keuze voor juist deze titels en het werken aan de boeken, die in de vorm van een historische uitgave opnieuw vorm kregen, en vervolgens door Christofoor in een nieuw en fraai jasje werden gestoken.

Na dit zaalgedeelte werd het hoog tijd om als symposiumdeelnemer zelf in beweging te komen. De voorbereiders hadden daarvoor een markt georganiseerd in de sfeer van de initiatieven van Lievegoed. De deelnemers werden uitgenodigd om ‘in den vreemde’ te gaan en kennis te maken met de verschillende initiatieven die zich door het gebouw heen presenteerden. In de inleiding refereerde Marjan Keuter aan Lievegoed die meende dat als de spirituele diversiteit, de geestesstromen die het krachtigst beschreven worden in Over de redding van de ziel tot uitgangspunt voor het handelen worden genomen er een cultuur van het hart kan ontstaan. Dit begint met het herkennen en erkennen van de ander in zijn ‘vreemdheid’. Om dit te oefenen zette Lievegoed mensen aan het werk met allerhande initiatieven en werkvormen.
Sommige initiatieven hebben hun leven gehad, maar dat zegt niets over de inspiratiekracht die ermee verbonden is, want deze weet steeds weer mensen te raken die ermee aan het werk gaan. Deze kracht komt als kiem voor de toekomst steeds weer tevoorschijn.

Er volgde een dynamisch uur waarin mensen elkaar en de organisaties ontmoetten: IMO instituut voor mens en organisatieontwikkeling, Vrije Hogeschool, BVS schooladvies, Antroposofische Vereniging en jeugdsectie, Stichting ter bevordering van de Heilpedagogie, Bernard Lievegoed Onderzoekscentrum, Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg, Scillz opleiding Maatschappelijke zorg, en de boekentafels van uitgeverijen Pentagon en Via Libra met nieuwe uitgaven en de boekentafel van de Nieuwe Boekerij. Ook was er een mogelijkheid tot nagesprek met Christine Gruwez.

Deze markt liep uit in de lunch waar ontmoetingen met oude en nieuwe bekenden verder gingen. Na de lunch blikten een aantal ‘kraamhouders’ terug op de gesprekken. Daarin klonk de verrassing over de frisheid van de opgewekt kritische en actuele vragen die deelnemers stelden. Het stimuleert om verder te gaan met het werk in deze tijd.

De middaglezing werd verzorgd door professor Friedrich Glasl uit Wenen, die rechtstreeks uit Tbilisi in Georgië kwam aangevlogen, waar hij een leerstoel aan de universiteit bekleedt. Hij sprak in onberispelijk Nederlands dankzij zijn jarenlange ervaring in het NPI. Zijn thema was ‘de actualiteit van de ideeën over organisatie en management van Bernard Lievegoed’. Glasl hield een doordacht betoog over de ontwikkeling van organiseren en leidinggeven en over hoe hij in de huidige tijd voortborduurde op de oorspronkelijke ideeën van Lievegoed, met wie hij meer dan veertig jaar geleden nauw had samengewerkt. Glasl deed dat aan de hand van vijf punten: levensfasen, organisatieontwikkeling, leidinggeven, systeemtheorie en organisatietypologie.

Voordat de dagvoorzitter het symposium afsloot, kreeg Michel Gastkemper de gelegenheid om mede namens Hildebrand Lievegoed de interviewbundel te presenteren. Michel vertelde op levendige wijze hoe zij tot de enigszins willekeurige keuze waren gekomen van de mensen om te interviewen. Het belangrijkste criterium was dat zij actief in hun werkleven staan en zich daarbij laten inspireren door het werk van Lievegoed. Michel vertelde hoe opvallend het was dat in alle gesprekken duidelijk werd hoe actueel de inspiratie van Lievegoed is en hoe het, ook na 25 jaar, nog zo concreet toepasbaar is. De aanwezige geïnterviewden kregen een eerste exemplaar aangeboden.

Daarmee kon dagvoorzitter Marjan Keuter deze symposiumdag afsluiten. Dat deed ze met een oproep naar de toekomst. Professor Glasl kwam in zijn lezing al met de idee- of initiatiefeieren waarop gebroed kan worden. Nu werden de deelnemers uitgenodigd die ook met zo’n ei rondlopen, deze op een flap-over te schrijven, zodat ze met deze terugblik gepresenteerd en gedeeld kunnen worden om de kracht van deze symposiumdag ook in de toekomst te laten gelden.

Zodat we dit verslag kunnen afsluiten, of liever gezegd een open eind kunnen geven, door het daar opgeschrevene hier weer te geven.

– Een horizontaal overleg van antroposofische werkgebieden per regio. Koepel Eindhoven. Henk Verboom, henkwillemverboom@gmail.com

DADZO: de antroposofie draait zich om. Een keer per maand een avond met rituelen, kunstzinnige activiteiten en bovenal uitwisselen van antroposofie in de werkgebieden. Ank de Vroomen, 070-323 22 11 (voicemail)

Aandacht voor de mens op de drempel in de AViN. Jaap Sijmons, jaapsijmons@antroposofie.nl

Mensen met een beperking zouden (onder begeleiding) hun weg moeten kunnen vinden in onze samenleving. Hoe ondersteunen we ze hierbij? Hoe ondersteunen we instellingen bij deze omvorming? Hoe ondersteunen wij de samenleving bij deze cultuurverandering? Wist je dat dit sinds 2016 wet is in Nederland? Bernard Heldt, bernard@heldt.nl

Gezocht: mede (initiatief) nemers voor de ontwikkeling van (antroposofisch) geïnspireerde ‘buurzorg’ buurtgemeenschapsvorming in Almere. Gericht op de ontwikkeling van zingeving voor en door mensen met een psychiatrische stoornis. Aglaé Allemen, ajosm.all@telfort.nl

‘Ei’-avonden. Achtergrond vrijeschoolpedagogie landelijk organiseren. Sprekers en contactpersonen gezocht. Nadine Vink, boersnadine@gmail.com

Boekwerk: Crowdfunding voor project 12 stemmingen (12e, 7e, 5e, 4e, 3e, 2e mensbeeld)
Wetenschap, kunst, religie. Canon Nederlands spraak, cultuur, volksopgave, respectievelijk wereldmissie. Hoe dit aan te pakken? Eva Souwer of Imke Jelle van Dam, 0294-28 49 65

Opzetten van een kleinschalig herstelcentrum in Zweden voor/bij burn-out en uitputtingsverschijnselen. Anja Oude Tijdhof, info@tillvaro.nl

Uitwisseling en ontmoeting voor diverse levensfasen van jong en oud van de Vrije Hogeschool. Etrona van der Heijden, info@vrijehogeschool.nl

Wij zoeken Peten voor het Kairos.college i.o. Waldorf in Amsterdam-noord. Wonderen helpen te realiseren. Ccornelius332@gmail.com

Studiegroep n.a.v. boek ‘Mildheid? Ja, mildheid’. Omgeving Driebergen-Zeist. Maria Rijksen, maria.rvs@t-mobilethuis.nl
Als oudere (grijze golf?babyboom) uit mijn comfortzone in m’n eigen pool, in de polariteit komen met de andere pool (jonge mensen) om ons daarna dynamisch te verjongen.

De man-vrouw beelden zoals omschreven in de ‘Levensloop’ passen niet meer in 2017. Wat wil het antroposofisch mensbeeld ons nu vertellen over man en vrouw? Vragend onderzoek van beelden uit de Akashakroniek tot tijdsfenomenen. Marjan Keuter, marjankeuter@gmail.com

De inspiratie van Bernard Lievegoed

Flyer symposium 17 december 2017Het is heel lang geleden dat er op deze weblog iets gebeurde. Drie en half jaar heeft het geduurd. En dat terwijl er inmiddels heel wat op stapel staat rond Bernard Lievegoed. Voordat we daartoe over gaan, eerst maar een korte terugblik.

Het was op 1 maart 2014 dat Jelle van der Meulen een recensie wijdde aan het boek Een stap verder, dat ging over het turbulente ontstaan van de Bernard Lievegoed Kliniek in Bilthoven, die in september 1992 zijn deuren opende. Dat was drie maanden vóór het overlijden van Bernard Lievegoed.

Zo turbulent als die wordingsgeschiedenis bleek te zijn, beschreven in dat boek van Nard Besseling, zo turbulent was ook de respons erop, en met name op de boekbespreking door Jelle van der Meulen. Deze werd gepubliceerd in Motief 181 van april 2014 en is ook hier op deze weblog opgenomen. De rest van dat jaar bleef de brievenrubriek van Motief maar volstromen met reacties. Pas in december 2014 verstomde die stroom.

Jammergenoeg konden de lezers van deze weblog niet daarvan kennisnemen, want die interactie speelde zich af binnen de kolommen van Motief. Dat was nogal lastig als je als auteurs het contact zoekt met je publiek. En dus ook beperkend voor deze weblog. Hoe daarna de draad weer op te nemen?

Dat was het dilemma waarvoor we stonden. Ondertussen werd onze aandacht op een andere manier in beslag genomen. Jelle van der Meulen had al op zijn eigen weblog te kennen gegeven dat het thema ‘vriendschap’ hem erg bezighield, zoals bijvoorbeeld blijkt uit dit bericht van november van 2010. Na twee intensieve jaren eraan werken na de publicatie van de recensie, verscheen in mei 2016 zijn boek ‘Der Ruf der Freundschaft. Unterwegs zu einer Kultur des Herzens’, in zijn thuisland Duitsland en daarom ook in het Duits, bij Info3 Verlag. Er is geen Nederlandse vertaling van beschikbaar.

De aandacht van Michel Gastkemper richtte zich, behalve zijn vaste werkzaamheden voor de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, op de toekomst van Motief bij de Antroposofische Vereniging. In de redactie werd samen met een nieuwe hoofdredacteur een heel ander concept ontwikkeld, dat uiteindelijk leidde tot een nieuw tijdschrift, Antroposofie Magazine. Dat had ook gevolgen voor Motief. In maart 2016 startte dit nieuwe openbare kwartaaltijdschrift, naast de nog immer maandelijkse Motief, die vanaf dat moment alleen de leden van de Antroposofische Vereniging in de brievenbus kregen. Een grote operatie die veel voorbereiding vergde. Het maartnummer van Motief in 2016 was meteen het jubileum van de tweehonderdste editie. Ook de websites ondergingen een hele verandering.

Maar… Bernard Lievegoed werd niet vergeten. De activiteiten daarvoor speelden zich echter voorlopig in een kiemstadium af. Plannen werden voorbereid en op hun haalbaarheid onderzocht. Dat gebeurde aanvankelijk in het kader van het Parsifal Fonds, de stichting die deze weblog ondersteunt en waarvan de twee redacteuren alhier tevens bestuurslid zijn.

Al gauw voegde zich hierbij Hildebrand Lievegoed van de Stichting Lievegoed Archief. In de zomer van 2014 ontwierpen Hildebrand Lievegoed en Michel Gastkemper samen plannen met het oog gericht op de 25e sterfdatum van Bernard Lievegoed op 12 december 2017. Hun eerste idee ging uit naar het samenstellen en maken van een soort van gedenkschrift. Al in november 2014 was reeds sprake van het volgende:

Voorlopige werktitel: “De inspiratie van Bernard Lievegoed”. Bedoeling is te komen tot een product, dat de actualiteit van het werk van Bernard Lievegoed weer onder de aandacht brengt. Interview met zes tot acht mensen over hun biografie, die nu nog vol in het leven staan en zich in hun werk (of leven) geïnspireerd voelen door Bernard Lievegoed. Onderzoek waar ze die inspiratie van Bernard Lievegoed in hun werk/leven zien terugkomen en wat de betekenis is in de actualiteit.

Zo ging het inderdaad van start. Maar toen brandde op 11 februari 2015 de villa op landgoed de Reehorst af, waarin de Vrije Hogeschool gehuisvest was. Voor de Vrije Hogeschool was dit een rampzalige gebeurtenis, hij schudde op zijn grondvesten. Daarbij kwam dat dit het enige oorspronkelijke initiatief van Lievegoed was dat nog bestond, ook al waren er sinds de oprichting in 1971 al veel crisissen geweest. De twee andere oorspronkelijke initiatieven van Lievegoed, de Zonnehuizen uit 1931 en het NPI uit 1954, waren in 2011 en 2012 failliet gegaan en bestonden niet meer in hun door Lievegoed gegeven vorm.

De Vrije Hogeschool maakte vanaf het brandmoment een turbulente tijd door, er vond een complete wisseling van de wacht plaats. Men keerde weer terug op zijn schreden, het concept van de Bernard Lievegoed University werd verlaten, Arnhem als nieuwe standplaats ging niet door, en na een intermezzo in Utrecht hervond de Vrije Hogeschool zich in Zeist, onder leiding van de nieuwe directeur Gerrie Strik.

Al die tijd hadden het Parsifal Fonds en het Lievegoed Archief de ontwikkelingen ademloos en op de voet gevolgd. Hoe zou het verder gaan met de initiatieven van Lievegoed? Paste het idee van Hildebrand Lievegoed en Michel Gastkemper nog bij de actuele ontwikkelingen? Zij lieten zich niet uit het veld slaan en werkten hun ideeën verder uit. December 2017 kwam steeds dichter bij en het werd duidelijk dat ze die maand als streefdatum moesten aanhouden.

Een jaar later, februari 2016, hadden zij hun plannen met nieuw elan opgepakt. In de zomer van dat jaar concretiseerden ze die, om allereerst bij verschillende mensen en organisaties te polsen of zij hier belangstelling voor hadden en ook of zij eraan wilden meedoen. Dat zou duidelijk maken of zij op het juiste spoor zaten. Ze maakten een planning die zou voeren naar realisatie in december 2017.Cover interviewbundel

Tot nog toe hadden ze gedacht aan een interviewboekje, maar naarmate het jaar 2016 vorderde kwam het idee naderbij om rond de 25e sterfdag ook een manifestatie te organiseren, waarop die publicatie gepresenteerd zou kunnen worden. Maar wie zou dat moeten organiseren? Wie zou dat willen ondernemen? En waar zou het moeten plaatsvinden?

Eind oktober 2016 vond een gesprek plaats met een van de organisaties die zij hadden benaderd: Uitgeverij Christofoor. Tot hun grote verrassing en vreugde werden hun plannen enthousiast verwelkomd. En meer dan dat: men wilde graag zijn steentje bijdragen. Heel concreet werd dat in het voorstel om vijf boeken van Lievegoed voor deze gelegenheid opnieuw uit te geven, als een bijzondere serie. De vraag was welke en hoe deze dan uit te brengen.

Hiermee was de kogel wel door de kerk. De manifestatie moest er nu komen. En de rest is history. Maar for the record nog het volgende. Iedereen die werd benaderd voor het interviewboekje zei onmiddellijk en met heel veel enthousiasme toe. Gastkemper en Lievegoed bevroegen zeven personen, de interviews vonden plaats rond de zomer van 2017.

Vijf heruitgavenDe her uit te geven boeken van Bernard Lievegoed werden bepaald, evenals dat zij zouden worden voorzien van een redactionele inleiding. De redactie werd in handen gelegd van Gastkemper en Lievegoed, met ondersteuning van Marjan Keuter, die Dritte im Bunde. Een groot deel van het jaar werd aan deze werkzaamheden besteed: scannen van de vijf geselecteerde boeken, corrigeren en indien nodig redigeren, dan wel van noodzakelijke aantekeningen voorzien. Plus het ontwerpen van omslag en uitvoering.

Vijf heruitgaven-2En het derde grote werk: het organiseren van de bijeenkomst in december. De Stichting Lievegoed Archief en de Stichting Parsifal Fonds werden nu zelf de organisatoren die de eindverantwoordelijkheid droegen. Als beste datum en locatie kozen zij voor zondag 17 december 2017 in het Iona-gebouw, bij Antropia op landgoed de Reehorst in Driebergen. Groot genoeg om 250 deelnemers te ontvangen. Titel van het symposium: De inspiratie van Bernard Lievegoed. Niet zozeer om terug te kijken, maar om vooruit te kijken naar de toekomst van deze inspiratie. Hoe die gestalte heeft gekregen en nog steeds krijgt in individuele personen.

Ook andere personen hebben zich laten inspireren door de 25e sterfdatum. Bij Nard Bessseling en Hugo Verbrugh ontstond het idee om een briefwisseling te beginnen over de inspiratie van Bernard Lievegoed. Zij wisten Christine Gruwez en Jelle van der Meulen te interesseren hieraan mee te doen. Met als resultaat het boekje Mildheid? Ja, mildheid… dat in november verscheen. Het bevat Twaalf brieven over Bernard Lievegoed, manicheïsme en perifere identiteit. Uitgeverij Pentagon brengt op haar beurt op 17 december een herdruk uit van Bezinning op de grondsteen, de publicatie van Bernard Lievegoed uit 1987.

Over tien dagen is het zover. Dan zal het symposium plaatsvinden, met voordrachten van Christine Gruwez en Friedrich Glasl en de presentatie van de vijf heruitgaven van Bernard Lievegoed plus het interviewboekje De inspiratie van Bernard Lievegoed. Bij zijn 25e sterfdag. Zeven interviews. De deelnemers krijgen allemaal dit boekje gratis uitgereikt. Er zal een interessante initiatievenmarkt zijn, zoals op de website aangekondigd. U kunt zich nog opgeven, maar haast u, er is niet veel tijd meer.

Motief, nr. 181 van april 2014

Het artikel ‘Een geval van karaktermoord. Over Bernard Lievegoed en Steven Matthijsen’ door Jelle van der Meulen zal verschijnen in het aprilnummer van Motief, nr. 181.

Een geval van karaktermoord. Over Bernard Lievegoed en Steven Matthijsen

Door Jelle van der Meulen

In zijn zojuist verschenen boek Een stap verder beschrijft Nard Besseling een geval van karaktermoord in de antroposofische beweging in Nederland. De ondertitel van het boek luidt: ‘Over het turbulente ontstaan van de Bernard Lievegoed Kliniek’. Het drama dat Besseling belicht maakte deel uit van de moeizame processen die aan de start in september 1992 van de psychiatrische kliniek in Bilthoven voorafgingen. Uit de goed gedocumenteerde beschrijvingen blijkt klip en klaar dat daarbij niet alleen inhoudelijke meningsverschillen, maar ook persoonlijke aversies en het verdedigen van bestaande machtposities een hoofdrol hebben gespeeld.

Steven Matthijsen

Steven Matthijsen

Ik wil mij hier op het handelen van Bernard Lievegoed in deze kwestie concentreren. Om zicht te krijgen op zijn positie in het geheel van de verwikkelingen is het echter eerst nodig een paar omstandigheden kort te beschrijven. Zo was er de onontkoombare – en eigenlijk vanzelfsprekende – omstandigheid dat de overheden van de antroposofen een eenduidig concept verlangden, meningsverschillen moesten dus overwonnen worden. Een volgende omstandigheid was echter dat de betrokkenen er grote moeite mee hadden tot een gezamenlijk voorstel te komen, de afgronden waren te diep. In de kern ging het daarbij om de vraag of de kliniek een afdeling van de (toen nog bestaande) Zeylmans Kliniek zou worden, of dat zij zelfstandig als algemeen psychiatrisch ziekenhuis (APZ) zou worden ingericht.

 

Bernard Lievegoed, hij was inmiddels ruim in de zeventig, speelde geen formele rol in de voorbereidingen, hij was een soort van raadgever op de achtergrond. Samen met ondermeer Cees Zwart, Ate Koopmans, Bart Jan Krouwel en Marko van Gerven, die allen meer of minder relevante bestuurlijke posties innamen, vond hij dat de kliniek onderdeel van de Zeylmans Kliniek moest worden. Hij was van mening dat de psychiatrie alleen op die manier in het geheel van de medisch-antroposofische zorg kon worden geïntegreerd, een apart ziekenhuis wees hij met kracht van de hand. Dat de kliniek uiteindelijk toch een apart ziekenhuis is geworden en dat Lievegoed er niettemin in 1992, dus kort voor zijn sterven, zijn naam aan liet verbinden, is een niet onbelangrijk aspect van het drama.

De belangrijkste voorstander van een zelfstandig psychiatrisch ziekenhuis, dus los van de Zeylmans Kliniek, was de psychiater Steven Matthijsen. Hij behoorde niet tot het sociale netwerk rond de Zeylmans Kliniek en had als psychiater vanaf 1978 met succes een afdeling in de Willem Arntsz Hoeve geleid, waar hij in de jaren daarna tal van antroposofische therapieën had ingevoerd. Matthijsen en zijn medestanders (Frank Ruijl, Briën Bos) benadrukten in de aanloop tot de op te richten psychiatrische kliniek dat een APZ duidelijk meer therapeutische voorzieningen mogelijk maakte; zo konden in een APZ ook langdurig patiënten worden opgenomen, wat in een afdeling van een algemeen ziekenhuis niet was toegestaan. Uit de beschrijvingen van Nard Bessseling leid ik af dat Matthijsen soeverein optrad als een bevlogen en hardnekkige initiator, die bij de vertegenwoordigers van de overheid werd gerespecteerd.

Willem Arntsz Hoeve

Willem Arntsz Hoeve

Terugblikkend kan worden vastgesteld dat de Bernard Lievegoed Kliniek zonder de visie en de inspanningen van Steven Matthijsen nooit zou zijn ontstaan. Het verloop van de gebeurtenissen laat echter zien dat uitgerekend Matthijsen onder schot kwam te staan als initiator, als praktiserend psychiater, maar ook als persoon. Simpel gezegd: veel van de mensen die deel uitmaakten van het sociale netwerk rond de Zeylmans Kliniek zagen hem niet zitten. En Matthijsen kreeg dat ook volop te merken; een antroposofische arts in Zeist – om maar een voorbeeld te noemen – maakte op zeker moment kenbaar dat alle antroposofische artsen in Zeist geen patiënten meer naar Matthijsen door wilden verwijzen. Waarom niet? Dat werd niet duidelijk, concrete bezwaren tegen zijn werk als psychiater werden niet openlijk geuit.

Matthijsen merkte aan alle kanten dat door roddel en achterklap zijn reputatie op het spel stond, tastte met betrekking tot de redenen daarvan echter in het ongewisse. Hij bevond zich dus in de onaangename situatie van iemand die slachtoffer van karaktermoord dreigt te worden. Waarom werd Matthijsen genekt? Besseling stelt in zijn boek weliswaar deze vraag, maar laat het antwoord erop wijselijk open. Ik houd het er echter op dat leden van het netwerk rond de Zeylmans Kliniek de macht met deze vreemde – niet zomaar vreemde, maar zwarte – eend in de bijt niet wilden delen.

 

Berg en Bosch Bilthoven7689-rm514642

Berg en Bosch te Bilthoven

Ik kom nu bij de rol van Bernard Lievegoed in het geheel. Op 11 november 1988 verstuurde Lievegoed een brief aan het bestuur en de artsen van de Zeylmans Kliniek en aan het bestuur van de Vereniging van Anthroposofische Artsen. De volledige tekst van de brief is in het boek van Nard Besseling na te lezen. De brief bestaat uit twee delen, in het eerste maakte Lievegoed duidelijk waarom naar zijn mening de op te richten psychiatrische kliniek onderdeel van de Zeylmans Kliniek moest worden. In zijn ogen moest iedere categoriale afsplitsing ‘principieel’ worden afgewezen. In het tweede deel gaf Lievegoed zijn mening over de persoon van Steven Matthijsen, op een manier waar – een treffender formulering schiet mij niet te binnen – de honden geen brood van lusten. Refererend aan een gesprek dat tussen hem en Matthijsen had plaats gevonden, schreef Lievegoed ondermeer:

‘In het door Steven Matthijsen gevraagde laatste gesprek heb ik hem onomwonden verklaard: Jij hebt mij gevraagd om een oordeel uit te spreken over je eigen positie in de psychiatrische strijdvraag: welnu, jij bent absoluut ongeschikt om een groep te leiden, het tragische bij jou is, dat je altijd juist dàt wil wat je niet kan. Jij bent een “Einzelgänger”, een “lonely hunter”. (…) Alle samenwerking heeft altijd tot polarisatie gevoerd, ook nu weer.’ En: ‘Kort en goed, ik heb hem moeten zeggen dat als hij benoemd zou worden in de vacature van psychiater, er één grote ellende komt. Ik stel vast, dat ik hier met een onvolgroeide persoon te maken heb, wat ik hem ook gezegd heb’. (Onderstrepingen van Lievegoed. JvdM)

 

Bernard Lievegoed Kliniek te Bilthoven

Huidige Bernard Lievegoed Kliniek te Bilthoven

Bernard Lievegoed had ook nog in de laatste jaren van zijn leven een grote invloed in de antroposofisch-medische beweging in Nederland. Zijn brief betekende dan ook de nekslag voor Steven Matthijsen. Wie geïnteresseerd is in de uitwerking van de brief zij verwezen naar het boek van Nard Besseling, hij beschrijft tamelijk nauwkeurig hoe besturen en personen er indertijd mee zijn omgegaan. In de samenhang van mijn bijdrage op deze weblog is het voldoende vast te stellen dat Matthijsen van het verzenden en van de inhoud van de brief lange tijd niet op de hoogte was en ook dat hij tot op de dag van vandaag met de bittere gevolgen ervan te maken heeft.

Mij interesseren vooral drie aspecten. Het eerste is dat Lievegoed de brief aan (twee) besturen zond, niet dus aan betrokken privépersonen. Niet dat het laatste de zaak veel beter zou hebben gemaakt, maar doordat de brief een uiterst negatieve beschrijving van de persoon van Steven Matthijsen bevatte, uiteraard niet voor derden bedoeld, werden de betreffende besturen in een moeilijke situatie gebracht. Zij konden niet anders dan ‘besmuikt’ ermee omgaan. De brief was een openbaar feit dat niet als openbaar feit kon worden behandeld.

Het tweede betreft de oordelen over de persoon van Matthijsen als zodanig, die klinken als de subjectieve oordelen van een hoogst verergerde godfather. Met name de mengeling van quasi psychologische begrippen (‘lonely hunter’, ‘onvolgroeide persoon’) en patriarchale zinswendingen (‘Ik heb hem moeten zeggen dat…’) verraden een gebrek aan soevereiniteit, je zou ook kunnen zeggen: aan wijsheid, die niet paste bij het morele aanzien dat Lievegoed – mijns inziens terecht – in brede kringen genoot. Hij geraakte ermee in tegenspraak tot zichzelf.

50911dc68036e-lievegoed-psychiatrie-bernard-lievegoed-kliniekHet derde aspect betreft de omstandigheid dat het in de brief overduidelijk slechts ogenschijnlijk om de strijdvraag ‘afdeling Zeylmans versus zelfstandig ziekenhuis’ ging. De brief openbaart dat de strijd in feite om de persoon van Steven Matthijsen handelde, wat in het verdere verloop van de ontwikkeling ook glashelder werd. Op het moment dat Matthijsen aan de kant was gezet, vielen de principiële bezwaren tegen de door hem voorgestelde vorm weg en kort daarop zou Lievegoed er zelfs mee instemmen dat zijn eigen naam aan de kliniek als zelfstandig psychiatrisch ziekenhuis werd gegeven.

 

Nu kan een lezer misschien denken: Het kan toch zijn dat Lievegoed met betrekking tot de persoon van Matthijsen eenvoudig gelijk had? Je hoeft echter Matthijsen niet eens te kennen – ik ken hem niet – om te weten dat het antwoord op de vraag alleen maar ontkennend kan zijn. Alleen al de hoeveelheid gram die in de oordelen steekt, verraadt de subjectiviteit ervan. Iets van de oordelen mag een heel klein beetje waar zijn, zoals het ook een heel klein beetje waar is dat er in Londen altijd een natte mist hangt. Maar als een evenwichtige beoordeling van een persoon – hoe trouwens over personen te oordelen? – zijn de woorden van Lievegoed niet serieus te nemen.

Ook kan een lezer denken: de geschiedenis loopt nu eenmaal niet op pantoffels, daar waar gehakt wordt vallen spaanders. Dat is natuurlijk waar en je hoeft geen Alexander de Grote te heten om met goed of slecht recht schuld op je te laden. Maar met het oog op Bernard Lievegoed is nu juist de vraag: hoe kan uitgerekend de man die steeds maar weer opriep tot samenwerking van personen en groepen met verschillende karmische achtergronden, zo blind zijn geweest in eigen queeste? Wat heeft hem in deze geschiedenis parten gespeeld? Waarom heeft hij zijn soevereiniteit niet weten te bewaren?

Interieur Lievegoed Kliniek Bilthoven 1

Interieur Lievegoed Kliniek te Bilthoven

En de lezer kan denken: is het niet beter deze zaak te laten rusten? Het is immers al zo lang geleden… Ten eerste is eerherstel voor Steven Matthijssen op zijn plaats, al was het alleen maar om ontstane wonden te helen. Eerherstel is – juist in de zin van de ‘cultuur van het hart’ van Bernard Lievegoed – een reinigende handeling, die de weg voor het vergeven opent, en vergeving behoort in esoterisch opzicht tot de krachtigste handelingen in het leven. Niet alleen de persoon van Steven Matthijsen heeft hier baat bij, ook de individualiteiten van Bernard Lievegoed en van vele anderen meer zoeken deze verzoening. Die kan alleen plaatshebben wanneer mensen in het hier en nu zich ervoor verantwoordelijk stellen.

Maar het gaat hier niet alleen om personen, het gaat – ten tweede dus – ook om het zelfbegrip van de antroposofische beweging in Nederland als geheel. Ik bedoel hier het volgende mee. Een beweging die zich niet om de ongerechtigheden van haar verleden bekommert, komt – net als de persoon van Bernard Lievegoed in dit geval – in tegenspraak met zichzelf. Zij doet met betrekking tot zichzelf niet wat zij anderen met betrekking tot hun zaken voorhoudt. En juist doordat de details in de openbaarheid verborgen blijven, wordt het besmuikte manoeuvreren dat ermee gepaard gaat, des te scherper geregistreerd.

 

Tot de vruchtbare eigenschappen van Bernard Lievegoed behoorde dat hij ertoe bereid was zijn invloed (macht) ook daadwerkelijk te gebruiken; moeilijke en vaak ook pijnlijke beslissingen schuwde hij niet. Maar in gesprekken met hem heb ik meerdere malen moeten vaststellen dat hij met betrekking tot bepaalde personen in zijn oordelen onvrij kon worden, zich dan inderdaad door een afschuw liet leiden, die diep uit zijn wezen kwam en vanuit de feitelijke omstandigheden maar moeilijk te verklaren viel. Mij lijkt dat op zichzelf niet iets opmerkelijks te zijn, aan personen kleven nu eenmaal altijd ongerijmdheden, ook duistere en onaangename. Voor een begrip van de betekenis van Bernard Lievegoed is echter van belang dat de vraag wordt gesteld: waarop hadden zijn aversies inhoudelijk gezien betrekking?

Locatie voormalige Zeylmanskliniek

Locatie voormalige Zeylmanskliniek

Alleen in het kader van een uitvoerige biografie kan deze vraag worden beantwoord. Maar ik waag het niettemin op deze plaats één enkel aspect te belichten, omdat het mij al zo lang bezighoudt en omdat het in de verhouding tot Steven Matthijsen wellicht ook een rol heeft gespeeld. Mij lijkt het dat Bernard Lievegoed vaak een probleem had met mensen die in hun denken en handelen in staat waren consequent aan bepaalde uitgangspunten (‘waarheden’) vast te houden, mensen dus die de inhoud en de vorm van hun ‘begrippen’ niet aan steeds wisselende omgevingen wensten aan te passen. Lievegoed was extreem ‘situationeel’ ingesteld, een vis in het water van de sociale verhoudingen, daarbij was het echter soms moeilijk zijn uitingen onder één noemer te krijgen. Alleen al aan zijn publicaties is dit te zien, de lezers die hij voor ogen had bepaalden in hoge mate inhoud en vorm van zijn teksten.

Voor Lievegoed’s gevoel waren ‘waarheden’ al snel ‘gefixeerd’, van letterlijke herhalingen hield hij al helemaal niet, hij beschouwde ze als negatieve nawerkingen van de oud-Egyptische cultuur. Zijn behoefte begrippen open te laten is bijvoorbeeld te zien aan zijn notie van een ‘cultuur van het hart’, dat hij eigenlijk nooit nader heeft beschreven, laat staan heeft gedefinieerd; hij beschouwde het begrip eerder als een toegang tot een nog onbestemde ruimte die erachter lag. In die ruimte scheen achter een dik wolkendek een zon, je zag het licht, maar niet de bron ervan. Tal van mensen voelden zich door de notie dan ook aangesproken, zij konden er als het ware hun eigen intenties mee verbinden.

Hij prees ook altijd weer de voordrachten van Rudolf Steiner, hij vond ze ‘beweeglijk’ en ‘open’ en ‘niet gefixeerd’. Ik heb Lievegoed nooit horen zeggen dat hij onder de indruk was van de consistentie bij Steiner, het waren juist de wisselingen in de formuleringen die hem bevielen en tot voorbeeld waren geworden. Een schaduwzijde van Lievegoed ligt dan ook precies in een zekere slordigheid met betrekking tot de begrippen die hij gebruikte. Vooral in antroposofische kringen in Duitsland werd en wordt hij op dit punt bekritiseerd, wat soms zover gaat dat hij in het geheel niet serieus wordt genomen. (Dat ook dit meestal ‘besmuikt’ wordt geuit, hoeft ons niet te verbazen, zie boven.)

willemarntszhoeveDieter Brüll is een goed voorbeeld van iemand die bij Lievegoed steeds weer aversie opriep. Een vertrouwde medewerker van Bernard Lievegoed beschreef de verhouding tussen Brüll en Lievegoed ooit eens treffend als volgt: ‘Daar waar Brüll de haarscherpe floret van het precieze denken inzette, gebruikte Lievegoed aan het slot van de discussie de bijl van de wil’. Deze karakterisering verraadt iets algemeens over het handelen van Lievegoed, dat zich inderdaad richtte op de constructieve (soms ook destructieve, zie boven) werking van de begrippen in een heel bepaalde situatie. Kennis en inzicht waren voor Lievegoed vaak een middel tot een bepaald doel. (Bij Brüll was dit minder het geval, in de regel leidde hij het doel af uit de begrippen die hij ‘begreep’.)

Juist van Lievegoed heb ik geleerd – hij hield vaak niet op erover te spreken – dat de individuele wijze van ons denken, voelen en willen ook een cultureel-karmische aangelegenheid is, die boven onze persoon uitgaat. Hij verklaarde dan bijvoorbeeld: ‘Als je als Viking ooit een inwijding in de Noordse mysteriën hebt doorgemaakt en je ontmoet in je huidige leven iemand die een inwijding in het Griekse Efeze beleefde, moet je erop voorbereid zijn dat eerst een paar grote misverstanden opduiken’. Hij kon dit lachend zeggen, als ging het om grappige aangelegenheden die met humor konden worden genomen. Maar dat het hem zelf niet altijd was gelukt zo luchtig met de ‘misverstanden’ in zijn eigen leven en streven om te gaan, wist hij heel goed, al sprak hij er niet graag over.

Ik denk dat het ook deze zelfkennis was, die hem ertoe bracht steeds weer over een ‘cultuur van het hart’ te spreken.

Jelle van der Meulen, Keulen, februari 2014

 

Het boek Een stap verder. Over het turbulente ontstaan van de Bernard Lievegoed Kliniek kost 14,50 euro en is te verkrijgen via de auteur: Nard Besseling, Ahornstraat 9, 3203 VA Spijkenisse, info@utz.nl, (0181) 61 68 49.

 

Dit artikel is gepubliceerd in Motief. Maandblad voor antroposofie, nummer 181 van april 2014.

Een paar uurtjes in de tuin verblijven?

Angelo Poliziano

Angelo Poliziano

Beste Hans, beste Michel,

Trillingsfrequentie en Renaissance… Tot nu toe heb ik niet het gevoel dat onze brieven tot een hogere trilling voeren, waar dan ook, in wie dan ook, integendeel, mij lijkt het er eerder op dat onze beschouwingen in het luchtledige verdwijnen. Erg gemotiveerd tot het schrijven van een volgende brief ben ik dan ook niet.

Maar je opmerking over Marsilio Ficino helpt me dan toch iets op papier te zetten. De vroege Renaissance houdt me al sinds mijn tweeëntwintigste levensjaar bezig, waarbij ik minder op Ficino en meer op Pico della Mirandola en Angelo Poliziano georiënteerd ben, twee vrienden die tijdens de vroege Renaissance ondermeer in de Platoonse Academie van Ficino actief waren, de eerste als filosoof, de tweede als dichter. Hun oogmerk was het Platonisme (dat tamelijk eenzijdig door Ficino werd gerepresenteerd) te verzoenen met het Aristotelisme. Beiden zijn door vergiftiging om het leven gebracht, als dader komen eigenlijk alleen ofwel de volgelingen van Savonarola of de persoon van Ficino in aanmerking. (Ficino was homoseksueel, hij zou jaloers zijn geweest op de liefdesrelatie tussen Pico en Poliziano.)

In mijn visie klopt het wat Van den Doel over de wortels van de antroposofie zegt: met name het werk van Pico is als een humuslaag in de geschiedenis van het Europese denken te beschouwen waar de antroposofie ongemerkt kracht uit put. Tot de dag van vandaag wordt het werk van Pico echter niet serieus genomen, in filosofische handboeken wordt hij hoogstens in een voetnoot genoemd. Hij is niettemin de bron van twee ideeën die tot de Nieuwe Tijd hebben geleid: de idee van de persoonlijke vrijheid en daaruit voortvloeiend de idee van de biografie als ‘kunstwerk’. Pico was de zon van de vroege Renaissance, tot de dag van vandaag blijft zijn bijdrage helaas achter een wolkendek verborgen.

Poliziano-jpegDe dichter Poliziano was niet alleen bevriend met Lorenzo de Medici maar ook de opvoeder van diens kinderen. Er zijn redenen om aan te nemen dat Poliziano tot de eerste ‘kindheidspedagogen’ gerekend moet worden. Zijn oog viel op het ‘menselijke’ vanuit het perspectief van het kleine kind. (Pedagogen voor jeugdigen en adolescenten waren er al, dat ook met het hele kleine kind een ‘pedagogische’ vraag samenhing, was een nieuw gezichtspunt.) Met mijn goede vriendin Christine Gruwez heb ik ongeveer twaalf jaar geleden een soort van fictieve briefwisseling gevoerd, waarin zij hoofdzakelijk de kijkrichting van Pico en ik die van Poliziano vertegenwoordigde. Pogingen de brieven te publiceren zijn verzand, en toegegeven: het manuscript is nogal ongewoon en omvangrijk. Wie nieuwsgierig is kan bij Nard Besseling verder vragen.

Sandro_Botticelli_-_La_nascita_di_Venere_-_Google_Art_Project_-_edited

De geboorte van Venus door Sandro Botticelli

Ik denk dat de Florentijnse Connectie – inclusief Savonarola – tot de verknopingen in de antroposofische beweging hoort. En ik denk ook dat Rudolf Steiner aan het einde van zijn leven in zijn karmische beschouwingen op weg was deze knoop te beschrijven. Hij is er echter niet meer aan toegekomen, zoals genoegzaam bekend stierf hij te vroeg. De betekenis van de tweede generatie van Renaissancisten heeft hij uitvoerig kunnen belichten: Michelangelo, Leonardo en Rafaël; de werking van eerste generatie, die van de ‘Humanisten’ dus, heeft hij niet meer ter sprake kunnen brengen. En daar ligt de karmische knoop: ‘iets’ kan niet ter sprake worden gebracht, dat onmiskenbaar te maken heeft met de gecompliceerde verwikkeling van geld (Lorenzo), macht (Lorenzo), het spirituele leven (Pico, Poliziano, Ficino, Savonarola) en de kunsten (als uitdrukking van het sociale leven).

Rudolf Steiner heeft dit lastige complex, los van de Humanisten, steeds maar weer aan de orde gesteld, en na hem Joseph Beuys. Als je deze vraagstelling op de geschiedenis van Europa betrekt, valt inderdaad op dat we op dit punt met een knoop te maken hebben, die in de vroege Renaissance is ontstaan. En tegelijk valt op dat op het thema een soort van taboe rust, in het algemeen in de samenleving, maar in de eerste plaats in antroposofische organisaties, die immers door Steiner met zoveel woorden op het thema opmerkzaam zijn gemaakt. Zodra geld en macht aan de orde zijn, gaan de gordijnen dicht, anders gezegd: houdt het denken op. Over de werking van geld en macht wordt in antroposofische samenhangen nauwelijks nagedacht, op dit punt wordt hoogstens gedacht dat de verhoudingen ‘nu eenmaal’ zijn zoals zij zijn.

Pico della Mirandola PortraitPico della Mirandola was een ‘synthetische’ denker, net als Steiner. Hij poogde de verschillende domeinen van het spirituele en het sociale leven op elkaar te betrekken, weg te komen van de (bijvoorbeeld aristotelische en platoonse) tunnels die in de loop van de geschiedenis waren ontstaan. Lorenzo (maar ook al Cosimo) gebruikte de huismacht van de Medici om iets in de samenleving in beweging te brengen. Hij was in feite een soort van bankier die het geld voor hervormingen inzette. En hij liet zich daarbij door zijn vrienden Pico en Poliziano in geestelijk opzicht inspireren, zonder overigens de verbinding tussen geld en macht te kunnen scheiden. In zijn gevecht met het pauselijke Rome bijvoorbeeld ging het hem er vooral om de institutionele macht te ondergraven, zonder daarbij zelf van zijn eigen macht afstand te doen. In de gestalte van Lorenzo wordt een tegensprakige positie duidelijk die je ook in antroposofische organisaties aantreft: de inhoud is vernieuwend, de sociale vorm ouderwets.

Of het nu om de ‘Lievegoed’-groep (Michel) of om de Antroposofische Vereniging (Hans) gaat, in beide gevallen zou de cultuur van het hart moeten leiden naar het openen van de gordijnen, zeg maar: het stellen van nieuwe vragen. Was dat niet de specialiteit van Berard Lievegoed, het stellen van vragen? Ik moet echter bekennen dat ik steeds minder zin heb dit steeds maar weer te schrijven, ik voel me zo langzamerhand een karikatuur van mijzelf. Met mijn vriend Johannes Stüttgen, met wie ik in het kader van de GLS-Treuhandstelle in Bochum samenwerk, had ik een tijdje geleden een gesprek in de trein. Hij zei hetzelfde: het is vermoeiend steeds maar weer (je eigen?) waarheden te moeten uitspreken, tegelijk is het ook waar dat niets anders overblijft. Nou ja, terwijl ik dit schrijf is buiten de zon gaan schijnen. Misschien is het beter met mijn dochter een paar uurtjes in de tuin te verblijven?

Jelle van der Meulen

Trillingsfrequentie

Beste Jelle en Michel,

Met enige aarzeling neem ik de uitdaging van Jelle aan om mij te mengen in de tussen hem en Michel op deze site gaande briefwisseling. Ik heb in de afgelopen jaren heel wat geschreven, met name ook columns, en vind het gedachten in kort bestek onder woorden brengen een interessante aangelegenheid. Maar in het kader van het Parsifal Fonds waren we een bepaalde taakverdeling overeengekomen en wel een waarbij het bijhouden van het weblog een taak is voor Michel en Jelle.

Deze weblog heeft echter met het starten van de briefwisseling mede een wat andere functie gekregen, en wel die van tussenstation voor de te verschijnen publicaties. We vragen ons: af wie was Lievegoed eigenlijk, wat bewoog hem en waarom is het nu nog interessant aandacht aan hem te besteden? Met die briefwisseling zijn we op zoek gegaan naar een of meer invalshoeken voor komende geschriften.

Interieur Villa

Interieur van de Witte Villa van de Vrije Hogeschool

En bovendien blijkt het gewenst nog enige toelichting te geven op de impuls die mij overkomen is en die er op gericht is meer bekendheid te geven aan de betekenis van Bernard Lievegoed, ook voor de komende jaren. Zoals ik reeds in mijn bijdrage over de twaalf impulsen van Bernard Lievegoed heb uiteengezet, heb ik slechts gedurende relatief korte tijd een soort werkrelatie met hem onderhouden door mijn lidmaatschap van het Curatorium van de Vrije Hogeschool. Tevens was ik in de gelegenheid in dat kader enige klasseuren van hem bij te wonen. Hij maakte op mij destijds een krachtige indruk, wat ik me overigens pas later realiseerde.

Nadat ik in 1996 gepensioneerd werd, kreeg ik veel meer tijd om me in esoterische aangelegenheden te verdiepen en wel eerst rond juridische thema’s in het kader van het door mij geïnitieerde Jura Nova, later in het kader van de Stichting Water Drager van Leven.

Gedurende die periode was ik ook lid van de Sociale Sectie van de Antroposofische Vereniging (AViN) en leefde ik mee met de ontwikkelingen rond  bestuur en activiteiten.

Allengs ontwikkelde zich bij mij een gevoel van teleurstelling over de manier waarop  het bestuur en de leden van de AViN met het kostbare goed van Rudolf Steiner omgingen. Ze deden wel enorm hun best om cursussen aan te bieden, goede en inhoudsvolle presentaties te verzorgen en jaarfeesten en overige bijeenkomsten te organiseren.  Maar het bleef vaak bij eenmalige activiteiten, waardoor er zo weinig continuïteit tot stand kwam. Bovendien ontbrak  een gerichte uitstraling naar buiten, naar de maatschappij.

Zo leefde ik vele jaren met dit gevoel, sprak er wel over met enige leden, maar kwam niet tot daden. Wel ontdekte ik dat met het klimmen der jaren mijn geestelijk leven rijker werd. Ik kreeg geestelijke ingevingen en enige subtiele ervaringen. Toen ik in november 2011 weer eens mijn teleurstelling met anderen deelde, kreeg ik de ingeving  dat we zouden kunnen teruggrijpen op de rijke erfenis van Bernard Lievegoed. Hier was iemand die vanuit een innerlijke gedrevenheid de antroposofie in de wereld had gezet. In de daarop volgende maanden werd die impuls tot wilsbesluit om daarmee zelf aan de slag te gaan.

Een eerste start in de Sociale Sectie en een eerste contact met de familie Lievegoed verliepen niet in het door mij beoogde tempo. Daarop legde ik contact met Jelle en Michel. Dat klikte en die waren enthousiast. Beiden roepen bij mij zeer onderscheiden imaginaties op. Jelle zie ik als een unieke komeet, die helderder straalt naarmate het duister toeneemt. Michel ervaar ik als het weldadige schijnsel van een maan met spiegelingen in een (diep) bergmeer.

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Rudolf Steiner

Mede door het (her)lezen van zijn boeken en het interpreteren van zijn biografie en die van de door hem opgerichte instituties kreeg ik meer besef van de enorme betekenis van Bernard Lievegoed. Hij had grote ambities en inzichten zowel op het exoterische als op het esoterische vlak. Daarbij gesteund door een (hem – en ook anderen – soms overrompelende) grote wilskracht. Een wilskracht die hem in staat stelde op zijn sterfbed nog aan Jelle een boek te dicteren. Maar uit dit voorval valt ook af te leiden dat hij voelde dat zijn missie eigenlijk nog niet voltooid was.

In de antroposofische wereld werd met gemengde gevoelens op Bernard teruggekeken. Velen werden geraakt door de snelle teloorgang van de door hem geïnitieerde instituties, zoals de Zonnehuizen en het NPI. Een tragiek die nog verscherpt werd door het feit dat het faillissement van Zonnehuizen plaatsvond in het jaar van het heengaan op 101-jarige leeftijd van zijn vrouw Nel Schatborn, de feitelijke kracht achter de Zonnehuizen. Wat  daarvan te denken? Mij werd langzamerhand duidelijk dat deze instituties de vrucht waren van een innerlijke impuls en dat die gezien zijn geestelijke inhoud veruit belangrijker was dan de vergankelijke gedateerde producten ervan. En gaandeweg kwam het besef: hier is niet sprake van een impuls, maar van een veelvoud ervan. Ik kon er een twaalftal detecteren.

Die veelheid vraagt om als tableau te worden geëtaleerd. Een eerste begin daarvan staat op deze site. Maar voor een verdere bewerking zal een keuze moeten worden gemaakt.

Daarbij dient mijns inziens naar een niche te worden gezocht. We moeten niet schrijven over onderwerpen die al sterk in de belangstelling staan en waarover al veel is geschreven. En evenmin over onderwerpen die slechts een beperkte groep aanspreken.

Voor mij is de nadruk die Bernard in dit tijdperk van de bewustzijnsziel legde op de biografie van primair belang. Zijn visie op de ritmen in de menselijke ontwikkeling in relatie tot de zeven cultuurtijdperken had kosmische dimensies. Hij gaf ook persoonlijk biografisch advies aan tal van studenten. Daarbij ging het om het zelf onderkennen van het belang van het biografisch proces als zodanig en voorts om de eigen verantwoordelijkheid voor het verdere verloop van dit proces. Dit geldt zowel voor elk individu, maar ook voor een (karmische) groep zoals de AViN en zelfs voor de maatschappij en cultuur als geheel.

Rond dit thema valt veel te ontwikkelen, waarbij die verantwoordelijkheid in een karmisch perspectief te plaatsen ware. En dat kan dienen om de mijns inziens vertraagde  trillingsfrequentie van de AViN weer op peil te brengen. Wat vinden jullie ervan? Ontwaakt gij die slaapt…

Hans

Tenzij gij mij zegent

Beste Jelle,

Recentelijk las ik ‘Tenzij gij mij zegent. Geschiedenis van de Lievegoed Zorggroep – met vensters op vandaag en morgen’ van Huib van den Doel. Het is uitgekomen ten tijde van de naamsverandering van de Lievegoed Zorggroep tot eenvoudigweg ‘Lievegoed’, wat najaar 2012 feestelijk werd gevierd:

‘Op 22 november organiseerde Lievegoed in Amsterdam het debat Antroposofie, met het oog op een gezonde samenleving.’ (Bron: ‘Barometer’)

Op de website van ‘Lievegoed ®, Antroposofische zorg’ is dit gegeven netjes weggewerkt, want daar is het nergens meer te vinden. Er is echter elders nog een verslag van in te zien, geschreven door Petra Essink en verschenen in ‘Stroom’, het blad van de patiëntenvereniging Antroposana, getiteld ‘Lievegoed zet de deuren wijd open’. Over het boek van Van den Doel wordt daar gemeld:

‘Een omvangrijk en rijk geïllustreerd boek dat een grondig historisch overzicht geeft van de totstandkoming van Lievegoed. Vele mensen, hun verhalen, hun idealen en ook hun teleurstellingen komen, naast vele achtergronden en inhouden, aan bod. Een aanrader voor de betrokkenen en een niet te onderschatten bron van informatie voor mensen die dieper in willen gaan op de achtergronden van de antroposofische gezondheidszorg. Het boek is gratis verkrijgbaar bij Lievegoed door een mail te sturen naar communicatie@lievegoed.nl. Ook te ontvangen als pdf bestand.’

Je zult het vast wel met me eens zijn dat dit boek door het onderwerp onze bijzondere aandacht verdient, alleen al in het licht van de laatste en tot de kern doordringende naamswijziging van ‘Lievegoed’. In zekere zin neemt de geschiedenis van deze onderneming een aanvang op 1 februari 1990, wanneer een psychiatrische kliniek start op het terrein van in Berg en Bosch in Bilthoven, nog zonder expliciete naam. Op 1 december 1991 wordt de kliniek officieel geopend, onder meer met een voordracht door Bernard Lievegoed. Op 2 september 1992 wordt Bernard Lievegoed 87 jaar; op deze laatste verjaardag van hem is hij aanwezig wanneer de kliniek wordt gedoopt tot ‘Bernard Lievegoed Kliniek’, waarbij hij wederom een voordracht houdt. Ruim drie maanden later overlijdt hij.

Lievegoed - Antroposofische zorgWat het lot is van deze Bernard Lievegoed Kliniek wordt nauwgezet beschreven in het genoemde boek. De kliniek kent enerverende lotgevallen, waarvan ik hier enkel de twee grote stappen vasthoud. In 2002 vindt een fusie plaats van de Bernard Lievegoed Kliniek met Arta (verslavingszorg), wat leidt tot de Arta-Lievegoedgroep. In 2005 is er vervolgens een fusie van deze nieuwe organisatie met de Ita Wegman Stichting, waarbij de naam van het geheel wijzigt in Lievegoed Zorggroep. Die naam is dus zeven jaar later weer verlaten en vervangen door ‘Lievegoed’. Het boek houdt echter net voor dat moment op, zodat de reden hiervan niet genoemd wordt en buiten het bestek van het boek valt. In die twintig jaar is er in ieder geval het nodige gebeurd.

Universitas

Mijn vraag zou zijn: zou de organisatie met de naam Lievegoed, of misschien nog beter: zouden de medewerkers bij Lievegoed, iets kunnen hebben aan waar wij ons nu mee bezighouden? En hoe moet dat er dan uitzien? Dan heb je meteen ook de periode van ruim twintig jaar overbrugd, waar ik het de vorige keer over had, sinds de dood van Lievegoed. Het zou mooi zijn als de Lievegoed waar wij ons op richten, kan landen bij de Lievegoed-organisatie die zijn naam draagt, zou ik denken. Niet alleen daar natuurlijk, maar het zou wel een mooi kristallisatiepunt kunnen zijn.

Er zijn meer instanties die de naam Lievegoed dragen. Daar zou je ook naar zo’n soort verbinding op zoek kunnen gaan en een onderzoek kunnen beginnen. Ik denk bijvoorbeeld aan de ‘Bernard Lievegoed Leerstoel inzake ethische aspecten van de zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie’, zoals die door prof. dr. Hans Reinders sinds 2005 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam wordt ingevuld. Dan is er sinds vorig jaar het ‘Lievegoed Fonds voor wetenschap’ binnen de Iona Stichting, en het daar aanpalende ‘Lievegoed Academisch Netwerk’, een nieuwe vorm van de vroegere ‘Netwerkuniversiteit’ dat onderdeel was van de ‘Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds’, fonds voor antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, dat bestond van 2006 tot 2012.

Villa BLCLAOf wat te denken van de ‘Bernard Lievegoed University’, de vroegere ‘Vrije Hogeschool’ in Driebergen, die ook een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt? Gestart in 1971, werd de naam 37 jaar later veranderd in ‘Bernard Lievegoed College for Liberal Arts’. Om vier jaar later tot ‘University’ omgedoopt te worden.

Ons doel is een of meer monografieën over of in verband met Bernard Lievegoed te schrijven. Het idee was om dit schrijfproces gepaard te laten gaan met een weblog, waarin de voortgang gedocumenteerd en door iedereen gevolgd kon worden. Waar zouden we beginnen? Lievegoed heeft in zijn leven drie initiatieven genomen die tot complete organisaties zijn uitgegroeid. Achtereenvolgens het Zonnehuis (gehandicaptenzorg), het NPI (organisatieadvieswerk) en de Vrije Hogeschool (voor studenten). Hij was bij nog meer succesvolle initiatieven betrokken, meer deze waren heel persoonlijk gemotiveerd en staan in ieder geval als een paal boven water. Ook al is het leven ervan niet oneindig gebleken, of in ieder geval geschikt voor een ‘total makeover’. Het leek zinnig om een van deze drie als aangrijpingspunt te nemen om daar vanuit aan het werk te gaan, en we kozen daarvoor zijn laatste initiatief, op het gebied van het tertiair onderwijs. Zo hebben we het ook in december nog genoemd in ‘De Vrije Hogeschool en Bernard Lievegoed’.

Onze hoop en verwachting om op deze manier doelgericht te werk te kunnen gaan, werden niet bewaarheid: er ontbreken momenteel voldoende van de daartoe nu eenmaal noodzakelijke middelen. Wat dan? Zo werd het idee geboren om een briefwisseling te beginnen, een openbare correspondentie op ons weblog, waardoor we als schrijver vrijer zouden zijn in de vorm en het onderzoekende karakter zichtbaarder en duidelijker naar voren kon komen. Dat is waar wij nu staan. We hebben in de vijf brieven tot nu toe al aardig wat thema’s en vragen de revue laten passeren. Bovendien heeft onze zeer gewaardeerde voorzitter van de Stichting Parsifal Fonds Hans Wessel verschillende waardevolle bijdragen geleverd met teksten die als aparte pagina’s zijn opgenomen.

In ‘Nieuwe impuls voor Lievegoed’ op 3 december 2012 werd de meer historische benadering die ik hierboven aanstipte al uiteengezet. In ‘De Vrije Hogeschool en Bernard Lievegoed’, eveneens op die datum gelanceerd, werd gefocust op jonge studenten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, op wie Bernard Lievegoed zijn initiatief afstemde, waarna hij vervolgens wilde koersen op een Vrije Europese Academie voor Wetenschappen. Daarbij vroegen wij naar de rol van de wetenschap in de maatschappij en naar de geestelijke achtergrond van het werk van Lievegoed, in het kader van de maatschappelijke betekenis van de antroposofie.

Recapitulatie

oognaaldIn ‘Waarom eigenlijk?’ op 3 februari ging onze eigenlijke correspondentie van start, waarbij jij, Jelle, uitging van de vraag waarom wij ons met Lievegoed willen bezighouden. Voor jouzelf lag dat in de eerste plaats in een bepaald gevoel van onafheid in verband met Over de redding van de ziel. Lievegoed onderzocht daarin de geestelijke achtergrond van de vraag waarom de antroposofie zich in een maatschappelijk isolement bevindt. Het heeft tot lang na publicatie geduurd voordat jijzelf echt begon te begrijpen hoe dat volgens Lievegoed zat. ‘Bernard Lievegoed wilde de wekroep van Mani met de middelen van de antroposofie in het centrum van zijn handelen plaatsen’, schrijf je daar. Dat zou je willen onderzoeken. Een cultuur van het hart was waar het hem en ook jou om gaat.

In ‘Opheldering zoeken’ op 20 februari keek ik naar mijn eigen relatie met Lievegoed, hoe ik hem in en buiten de Zonnehuizen in de jaren tachtig was tegengekomen. Dat betrof ook zijn belangstelling voor mysteriestromen. Was zijn opkomende interesse voor het manicheïsme helemaal aan het eind van zijn leven dan wel zo anders en bijzonder?

Jij riposteerde in ‘De wil tot het goede’ op 10 maart dat er, ondanks de onderlinge verwantschap die er zeker ook bestaat, een groot verschil is tussen de drie stromingen die Lievegoed op het eind van zijn leven zo duidelijk onderscheidde, en die aangevoerd worden door Steiner, Rosenkreutz en Mani. Bij de antroposofie staat in zekere zin de vraag naar de waarheid voorop, wat, als je niet oppast, makkelijk kan ontaarden in een onvruchtbare opstelling. Om juist het goede te gaan doen, om niet stil te blijven staan maar in het handelen te komen, is er niet zo’n uitgestippelde route. Dan moet je je vol vertrouwen durven storten in het onbekende, zonder van een goed resultaat verzekerd te kunnen zijn. ‘De wil tot het goede leidt tot handelingen inzake mensenrechten, armoede, milieubeheer, misbruik in alle mogelijke vormen’, gaf jij als voorbeelden hiervan, waarbij antroposofen echter aan de zijlijn staan. ‘Abstracties overwinnen’ las ik ook in jouw slot, en dat is iets wat iedereen tegenwoordig wel uit eigen ervaring kan herkennen.

In mijn ‘Gevoelstemperatuur’ op 24 maart sputterde ik een beetje tegen het aanbrengen van een al te strikte scheiding tussen hoofd en hart, denken en doen, theorie en praktijk. Ik zocht naar concreetheid, zoals Lievegoed die voorleefde, om deze scheiding te kunnen opheffen. Ook om de abstracties voor te blijven. Die concreetheid bestaat voor mij bijvoorbeeld uit de persoonlijke levenservaringen van mensen; die kunnen hierbij een goede leidraad zijn. De drie biografieën in Over de redding van de ziel waren in dit opzicht voor mij een schoolvoorbeeld. En de ontwikkelingen die hadden plaatsgevonden in de initiatieven die Bernard Lievegoed had genomen, sinds hij was overleden, ook die leken mij een goed richtsnoer te kunnen vormen in ons spirituele zoeken.

Kind met duifIn jouw laatste brief, ‘Oorspronkelijke impuls’ van 8 april, gaf je te kennen niets te zien in dualiteiten die ik hiervoor noemde. En je toonde je geprikkeld dat ik je te grote woorden toedichtte, alsof ik wat je schreef theoretisch zou vinden. Je voerde dat terug op een mogelijk verschil in kijkrichting. Maar dat verschil beleef ik helemaal niet zo; en theoretisch vind ik jouw benadering al helemaal niet! Ik probeer wel eerlijk naar mijn beperkingen te kijken en aan te geven wanneer ik dingen tegenkom die ik niet uit mezelf kan putten, zodat ik moeite moet doen om erbij te komen. Als ik het over fikse beweringen en reuzenstappen heb, bedoel ik dat ik kleinere tussenstappen nodig heb en zaken eerst nader moet bekijken en ontleden, voordat ik me die eigen heb gemaakt. Het zegt dus meer over mijn eigen onvermogen, dan dat ik kritiek op jou uitoefen. Daar zie ik en heb ik ook helemaal geen reden toe.

Erg mooi vind ik jouw formulering van de verschillende ‘regionen in de (geestelijke en aardse) werkelijkheid’. In mezelf beleef ik al verschillende regionen, waar ik verschillend mee moet omgaan. Dan is het niet moeilijk om die ook in het groot te herkennen. En dat we onderling verschillende aanzetten kennen, dat is ook niet vreemd. Jij hoopt dat Hans die van hem nog eens wil accentueren, misschien helpt dat in onze zoektocht. Ik heb niet zo veel ervaring met zo’n discours; het is voor mij al een hele onderneming om zo’n correspondentie zoals wij die nu voeren gestalte te geven. Maar ik verlaat mij graag op mensen met meer ervaring en ben altijd benieuwd wat anderen hebben in te brengen.

Ficino

Deze brief is alweer veel te lang geworden; dat heeft ook te maken met mijn behoefte om te recapituleren en enigszins orde te scheppen. Lezen en herlezen helpt mij namelijk om te pakken te krijgen waar het eigenlijk om gaat. Er waren nog twee dingen die ik graag in deze brief ter sprake wilde brengen. Het voert echter te ver om dat nu ook werkelijk te doen. Misschien de volgende keer. Maar ik mag nu vast wel een tipje van de sluier oplichten.

Ik las namelijk ‘Makrokosmos und Mikrokosmos’, de reeks voordrachten die Steiner in 1910 in Wenen hield (GA 119 voor de kenner) en die gepland staat voor volgend voorjaar als nieuwe uitgave in de reeks van de Rudolf Steiner Vertalingen. Dat was Lievegoeds favoriete reeks, zoals hij bijvoorbeeld in ‘Mens op de drempel’ uiteenzette. Ik was er nooit aan toegekomen en had die dus nog niet eerder gelezen. Mij trof in de laatste twee voordrachten dat Steiner blijkbaar al die tijd had toegewerkt naar een goed begrip van de ‘logica van het hart’, die de ‘logica van het verstand’ moet gaan aflossen. Dat is een buitengewoon interessant thema. Bovendien vielen mij bepaalde overeenkomsten op met die andere favoriete reeks van Lievegoed, veertien jaar later door Steiner gehouden: ‘Het bewustzijn van de ingewijde’ (GA 243). Ik kan het nu alleen maar noemen en er niet op ingaan.

FicinoHet andere is waar ik mee begon, de geschiedenis van de Lievegoed Zorggroep, beschreven door Huib van den Doel. Zijn boek is tegelijk ook een persoonlijke geschiedenis, omdat hij zelf er zo nauw bij betrokken was. Hij was namelijk gedurende ruim twaalf jaar voorzitter van de Raad van Toezicht, van 1998 tot 2011, en heeft in die hoedanigheid de beide eerdergenoemde fusies in letterlijke zin meegemaakt. Hij was trouwens ook nog op andere manieren betrokken bij de antroposofische gezondheidszorg. Nu is het interessante dat hij de spirituele bronnen van deze gezondheidszorg in het derde hoofdstuk nader onderzoekt, en deze, in tegenstelling tot wat in antroposofische kringen gebruikelijk is, terugvoert tot de Renaissance. De hoofdbron van de antroposofie was in de zestiende eeuw in Europa een breed aanvaard gedachtegoed, zo stelt hij. Hij voert daarbij in concreto Marsilio Ficino (1433-1499) aan, en noemt hem een neoplatonist die, ‘na als arts te zijn opgeleid, filoloog, filosoof en priester’ is geworden. In diens kielzog noemt hij verder Paracelsus (1493-1541) als belangrijke exponent van een nieuwe geneeskunde. Pas daarna komt ook Ita Wegman aan bod (1876-1943) en uiteraard Rudolf Steiner (1861-1925) Lievegoed zelf komt er enigszins bekaaid vanaf. Hoe moeten we dit zien?

Met een hartelijke groet uit het Rotterdamse,

Michel Gastkemper