Twaalf impulsen

De twaalf impulsen van Bernard Lievegoed

Door prof. mr. Hans Wessel, voorzitter van de Stichting Parsifal Fonds

Bijdrage op de bijeenkomst te Zeist op 4 februari 2013 van de Sectie voor Sociale Wetenschappen van de Antroposofische Vereniging

Nadat ik in 1985 lid was geworden van de Antroposofische Vereniging werd ik in 1989 – omdat ik hoogleraar bestuurskunde en recht was aan de TU Delft – door Michiel ter Horst benaderd om toe te treden tot het Curatorium van de Vrije Hogeschool. Dat was een interessant gezelschap onder leiding van prof. Alfred Heijder en met als deelnemers onder meer, naast natuurlijk de rector Cees Zwart, Adriaan Déking Dura en Bernard Lievegoed. Later traden onder meer Aart Klein en Klaas van Egmond toe. Tijdens de vergaderingen van de Curatoren heb ik toen Bernard Lievegoed niet zozeer leren kennen alswel meegemaakt. Het zal maar een beperkt aantal malen geweest zijn, want zowel hij als ik waren niet steeds aanwezig.

Cultuur van het hartToen de Sociale Sectie door Albert Hollander nieuw leven werd ingeblazen, vroeg hij ons kenbaar te maken met welk initiatief we ons bezig hielden, zodat anderen konden inhaken. Op de vergadering van januari 2012, nu een jaar geleden, bracht ik het zoeken naar de Lievegoedimpuls naar voren. Daarover heb ik toen het een en ander op de website van de Sectie geplaatst. Het verbaasde me echter dat niemand zich belangstellend tot mij richtte. Ik ben toen maar zelf aan het werk gegaan. Allereerst kocht ik (bijna) al zijn boeken en kwam steeds meer onder de indruk. Een ontdekking die ik deed was dat er bij Lievegoed sprake is van een groot aantal te onderscheiden impulsen. Ook zocht ik contact met de familie Lievegoed. Vervolgens smeedde ik het plan om zelf een of meer artikelen over Lievegoed in Motief te gaan publiceren en daar ook anderen bij te vragen. Maar naarmate ik me meer in de persoon van Lievegoed verdiepte, besefte ik dat mijn capaciteiten tekort schoten om hem recht te doen. Daarop besloot ik contact op te nemen met Jelle van der Meulen, de vroegere hoofdredacteur van Jonas en later van Motief en mede-auteur van boeken van Lievegoed, die sedert een tiental jaren in Keulen woont. Hij stelde voor om ook zijn vriend Michel Gastkemper die – zoals ik nader zal uiteenzetten – toegang heeft tot het Lievegoed-archief bij ons beraad te betrekken.

Na enige bijeenkomsten in Keulen kwamen we tot het plan aan het streven van prof. Lievegoed enige monografieën te wijden, te schrijven door Jelle en Michel, waarbij ik als trekker primair voor de organisatie en de financiën zou zorgdragen. Als penningmeester kwam Truus Grondsma de gelederen versterken.

Vandaag geef ik deze presentatie met de nodige schroom. Er is onder mijn gehoor vast een aantal mensen dat een veelzijdiger en dieper begrip heeft van de persoon van Bernard Lievegoed en zijn betekenis voor de antroposofie en de nationale en internationale samenleving. Ik ben geen groot Lievegoedkenner en veel van zijn ideeën kan ik niet verwoorden. Voorts komt met de persoon van Lievegoed de hele problematiek van de antroposofie en de boodschap van Rudolf Steiner meer dan zijdelings aan de orde.

Korte biografie van Bernard Lievegoed

Bernardus Cornelis Johannes Lievegoed was onder meer arts, hoogleraar, organisatiedeskundige en publicist. Zijn biografie vertoont een duidelijke lijn van oost naar west, niet alleen in geografisch, maar ook in geestelijk opzicht.

Bernard Lievegoed werd op 2 september 1905 te Medan in Indonesië geboren, kwam in 1924 naar Nederland en studeerde in Groningen en Amsterdam medicijnen. Zijn eerste vrouw, Truus Hinse, overleed kort nadat hun zoon Heribert was geboren. In 1935 trouwde hij met Nel Schatborn, met haar kreeg hij nog zes kinderen, te weten Ermengarde, Christie, Reinout, Roswitha, Hildebrand en de jong overleden Diederik.

Als student medicijnen kwam Bernard met de antroposofie in aanraking.

In 1931 begon Lievegoed de heilpedagogische instelling ‘Het Zonnehuis’ in Bosch en Duin, waaraan hij, maar vooral later zijn vrouw Nel, leiding gaf tot 1952. Dit Zonnehuisinitiatief werd later verplaatst naar Zeist, naar huize Veldheim en na verdere uitbreiding ook naar huize Stenia. In 1939 promoveerde Lievegoed bij prof. Carp op het proefschrift Maat, ritme, melodie – Grondslagen voor een therapeutisch gebruik van muzikale elementen.

Na de Tweede Wereldoorlog raakte hij betrokken bij de sociale herstructurering van de Nederlandse industrie. Hier voltrok zich in hem een duidelijke gang naar het westen, hij werd enthousiast voor de problemen van de mens in de westerse industriële maatschappij. Hij werd in 1954 (tot 1974) benoemd als buitengewoon hoogleraar in de Sociale Pedagogie aan de Economische Hogeschool in Rotterdam, waarna hij in 1963 (tot 1973) hoogleraar in de sociale bedrijfskunde aan de Technische Hogeschool Twente werd.

In 1954 werd door hem, ter ondersteuning van zijn leerstoel in Rotterdam, het NPI, Nederlands Pedagogisch Instituut voor Organisatieontwikkeling in het bedrijfsleven, later genaamd NPI – Instituut voor Organisatieontwikkeling, opgericht. Hij leidde dit instituut van 1954 tot 1971.

Lievegoed was van 1961 tot 1975 voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland. In 1971 werd hij rector van de door hem opgerichte Vrije Hogeschool in Zeist. In 1982 droeg hij het rectoraat over aan prof. Cees Zwart.

In 1952 richtte hij te Zeist samen met Pieter de Haan en Willem Zeylmans de uitgeverij Vrij Geestesleven op. Van 1974 tot 1979 was hij medeoprichter en bestuursvoorzitter van de Vrije Pedagogische Akademie, de latere Hogeschool Helicon te Zeist.

Van 1957 tot 1970 was Bernard Lievegoed adviseur van het Christelijk Werkgevers Verbond, wat leidde tot bedrijfsopleidingen in De Baak te Noordwijk. Van 1977 tot 1981 was hij lid van de Commissie Alternatieve Geneeswijzen. In de jaren tachtig richtte hij de Vereniging voor antroposofische psychotherapie op. Vlak voor zijn dood werd op 2 november 1992 te Bilthoven de Bernard Lievegoed Kliniek voor antroposofische psychiatrie geopend.

In 1983 ontving hij van de Koninklijke Nederlandse Uitgevers Bond de Gouden Ganzenveer vanwege het belang van zijn werk voor de Nederlandse cultuur.

Bernard overleed op 12 december 1992 in Zeist. Vlak voor zijn overlijden dicteerde hij nog de inhoud van zijn laatste boek, Over de redding van de ziel, aan Jelle van der Meulen.

Lievegoed als inspirator

Lievegoed publiceerde behalve over tal van esoterische onderwerpen, onder andere over organisatieontwikkeling, de menselijke levensloop en heilpedagogie. In deze samenvatting laat ik de inhoud van zijn boeken onbesproken.

In de tijd dat Lievegoed het eerste Zonnehuis startte, heerste er een strijd in de Antroposofische Vereniging. Die leidde er onder meer toe dat Zeylmans van Emmichhoven in 1935 uit de Algemene Antroposofische Vereniging werd gezet. Na de oorlog werd onder diens voorzitterschap van de Antroposofische Vereniging in Nederland de breuk hersteld. Hij werd in 1961 als voorzitter van de Nederlandse Vereniging opgevolgd door Bernard Lievegoed. Die vroeg Ate Koopmans als secretaris en stelde vrij snel na zijn aantreden een geheel eigen bestuursvorm in. Daarin was plaats voor jongeren met wie hij had samengewerkt. Ook initieerde hij – tot ongenoegen van een aantal leden – een nieuw verenigingsbeleid. Zijn bestuur wilde enerzijds intern orde op zaken stellen en anderzijds een initiatiefbestuur zijn.

Lievegoed had een uitgesproken sanguinisch karakter. Hij was in staat zijn gehoor enorm te boeien, mede omdat hij tot de harten der mensen sprak. Daarbij had hij een vrij hoog stemgeluid. Hij hield van technische snufjes, voelde zich aangetrokken tot Amerika en zag veel positieve kanten in de technologie. Nieuwe vormen van voedingsmiddelen, nieuwe vormen van energie, nieuwe ontwikkelingen in computers en automatisering maken deze tijd – zo schreef hij – tot een bloeiperiode van de menselijke geest. (Naar de 21e eeuw, p. 124). Hij was op zoek naar ideeën die strategieën bevatten en tot idealen kunnen worden (Cultuur van het hart, p. 96).

De werkwijze van Bernard Lievegoed ontmoette nogal onbegrip en weerstand in de antroposofische beweging. Volgens Jelle van der Meulen ging Lievegoed niet te werk volgens het bekende schema: eerst reflectie, dan actie. Hij ging uit ongenoegen (woede) met bestaande situaties direct tot actie over, de reflectie volgde later. Dit is ook het kenmerk van de noordelijke mysteriën, die bestaan uit moedsprocessen, waarbij een persoon zich uit intuïtie handelend in de werkelijkheid begeeft, niet omdat hij die werkelijkheid begrijpt, maar omdat hij er onvrede mee heeft.

Tegenwerking ondervond hij ook door zijn engagement in maatschappij en cultuur. In antroposofische kring kon men zijn binding met het ‘kapitaal’ en de captains of industry niet altijd waarderen. Ook had men kritiek op zijn opvattingen over pedagogie, met name in het onderwijs.

Lievegoed was een bijzondere persoonlijkheid, die veel piketpalen kon uitzetten voor de menselijke samenleving van zijn tijd en de tijd erna. Zijn houding en taalgebruik verraden een martiaal karmisch verleden. Hij heeft het steeds over strijd, strategie, tegenmachten, slagveld en moed. Hij was geen wetenschapper pur sang, maakte in zijn geschriften nogal eens slordige fouten. Maar wat vooral van belang was, was de richting die hij wees. Lievegoed was bovenal een inspirator, die niet alleen het denken van zijn toehoorders aansprak, maar ook hun hart en hun wil. Zij werden dusdoende aangemoedigd om zelf op pad te gaan om hun eigen idealen te verwezenlijken.

Na het overlijden van Bernard Lievegoed

Na zijn overlijden werd door de familie een stichting opgericht, thans geheten Bernard Lievegoed Archief, die de vele documenten die Bernard Lievegoed naliet, bijeenbracht en inventariseerde. In de kas van die stichting vloeien ook de gelden die de ook in vele talen vertaalde boeken van Lievegoed opbrengen. Voorzitter van die Stichting is zijn oudste dochter Ermengarde de la Houssaye-Lievegoed.

In 1994 werden door de Lievegoedwerkgroep van de Antroposofische Vereniging in Nederland in samenwerking met de Ruusbroec Symposia drie symposia vanwege het boek Over de redding van de ziel georganiseerd. Ook Jelle van der Meulen was actief op bijeenkomsten op het Griekse eiland Santorini en in andere plaatsen in Europa. In 1994 verscheen het boek De oproep van Bernard Lievegoed door Jelle van der Meulen, Jaap van de Weg en John van Schaik.

Op 2 september 2005 vond de herdenking van zijn honderdste geboortedag plaats in het Iona-gebouw te Driebergen. Hierbij werd het boek De bezielde samenleving gepresenteerd. Sprekers als Wouter van Dieren en Cees Zwart spraken over de impuls van Bernard Lievegoed. Uit het organisatiecomité van deze manifestatie is de werkgroep ‘De maatschappelijke betekenis van Bernard Lievegoed’ voortgekomen. Genoemde werkgroep streefde naar een biografie en een documentaire. De werkgroep heeft zich in het najaar van 2012 ontbonden. Het werk zal op bescheiden schaal worden voortgezet door Michel Gastkemper, die daarbij toegang heeft tot het Bernard Lievegoed Archief.

Op 23 november 2006 is de Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds, fonds voor antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, opgericht. Oprichters waren: Ron Dunselman (voorzitter Antroposofische Vereniging in Nederland), Max Rutgers van Rozenburg (penningmeester), Bert Vroon (beoogd voorzitter van dit Lievegoed Fonds) en Ted van den Bergh (directeur Stichting Triodos Foundation). Dit Lievegoed Fonds stimuleert – bij voorkeur Nederlands – antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, zowel fundamenteel – de ontwikkeling van theorie, van methoden en technieken – als toegepast, binnen universiteiten en hogescholen en antroposofische onderzoeksinstellingen en overigens alles wat daartoe ondersteunend kan zijn. Het Lievegoed Fonds stimuleert ook de vorming van een Netwerkuniversiteit, waarin antroposofische wetenschappers voor ideeënuitwisseling en ontmoeting tweemaal per jaar bijeenkomen. Het Lievegoed Fonds verzorgt de coördinatie en financiering.

In 2005 werd aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam een Bernard Lievegoed Leerstoel voor Ethische aspecten van zorg en hulpverlening vanuit de antroposofie ingesteld door het Heilpedagogisch Verbond. Deze werd bezet door prof. dr. Hans Reinders. De Vrije Hogeschool heet momenteel het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts en heeft thans dr. Jeroen Lutters als rector.

Door Bernard Lievegoed in gang gezette instituties

Uit het voorgaande is al het een en ander gebleken hoe het verschillende door Bernard Lievegoed in gang gezette instituties is vergaan. We gaan daar thans nader op in.

Door een te grote ambitie gericht op groei hadden de Zonnehuizen in 2009 een omzet van 90 miljoen met 2300 werknemers en 900 cliënten. In december 2011 was met een schuld van ongeveer 60 miljoen hun faillissement onafwendbaar. Daarover is ook in de landelijke pers uitvoerig bericht. In Motief vond een discussie over de schuldvraag plaats. Gelukkig kon een deel van het werk door overname worden gered. Jeugdzorginstelling LSG-Rentray nam de afdelingen Kind & Jeugd en Onderwijs over, zorgondernemer Loek Winter de afdeling Volwassenen, die verder gaat onder de naam DeSeizoenen. Maar 440 medewerkers konden niet meer direct worden herplaatst.

Ook het groots opgezette NPI, dat veel creatieve persoonlijkheden tot platform diende (denk aan Cees Zwart, Rob Otte, Jack Moens, Lex Bos, Adriaan Bekman) ging recentelijk ten onder. Het NPI was bedoeld als organisatieadviesbureau om organisaties en bedrijven zo te helpen inrichten dat de zielen van de medewerkers niet werden stukgewreven. Het ging om het vinden van organisatievormen in het beroepsleven waarin de menselijke verhoudingen sociale werkelijkheid worden. Dit gebeurde niet alleen door individuele gesprekken, maar ook door groepswerk. Dat riep weerstanden op. Vanuit de antroposofische beweging stelde men dat groepswerk niet op het ik is gericht, maar op de gewaarwordingsziel. (Over de redding van de ziel, p. 94).

Ook de Vrije Hogeschool kende een turbulent bestaan. Het rooskleurige beeld geschetst in het boekje De Vrije Hogeschool, Tien jaar ervaringen, perspectieven voor de toekomst uit 1982, liep in de loop der jaren enige deuken op. Onder leiding van Cees Zwart ging het aanvankelijk relatief voorspoedig en kwamen er nieuwe initiatieven tot ontplooiing. Maar op een bepaald moment kwam men te staan voor een financieel zwart gat. Dit leidde in 1996 tot vertrek van Cees Zwart en een lange interimperiode. Op 27 februari 2001 gaf Jeroen Lutters, sedert 1997 directeur van de Vrije Hogeschool, in Trouw te kennen dat hij de term antroposofie uit de statuten van de Vrije Hogeschool wilde schrappen. Het Curatorium was het daar niet mee eens en Jeroen vertrok naar de Hogeschool Utrecht. In september 2006 werd Marja Molenaar tot directeur benoemd, maar vanaf 2007 werd mede door Jeroen Lutters naar een nieuwe formule gezocht. Eerst recentelijk is de Vrije Hogeschool, nu met een bijgestelde doelstelling, Bernard Lievegoed College for Liberal Arts geheten, tot een vastere koers gekomen.

Op 12 december 2012 heeft Jeroen Lutters een plan gelanceerd voor een Bernard Lievegoed University waarvan hij zelf de rector wordt. Deze heeft primair het karakter van een businessschool. Tot de Bernard Lievegoed University behoren naast het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts, de Bernard Lievegoed Leadership Academy en voorts de Bernard Lievegoed University Services. Tevens werd een nieuw tijdschrift, het Tijdschrift voor Liberal Arts, gestart.

De Reehorst

Villa De ReehorstIndertijd werd voor de stichting van de Vrije Hogeschool het Landgoed De Reehorst aangekocht. Op dit terrein verrees het Iona-gebouw. Ook vestigden zich andere antroposofische instellingen op het terrein, zoals het Louis Bolk Instituut. In de loop van de jaren bleek de exploitatie steeds grote tekorten op te leveren. Ook het verzelfstandigen van de exploitatie van het Iona-gebouw leverde geen oplossing. Momenteel dreigt een faillissement of verkoop aan Triodos Bank. De exploitatie van het Iona-gebouw is intussen in andere handen overgegaan.

De Bernard Lievegoed Kliniek fuseerde in 2003 met Arta tot de Arta-Lievegoedgroep, die in 2007 wederom fuseerde met de Ita Wegman Stichting tot de Lievegoed Zorggroep. (Daarover schreef H.G. van den Doel, Tenzij U mij zegent. Geschiedenis van de Lievegoed Zorggroep, 2012). De organisatie heet thans gewoon Lievegoed.

Velen vragen zich af: waarom ging veel van dit enorme levenswerk te gronde? Daarvoor zijn verschillende verklaringen te geven. Een eerste verklaring is dat bij de start van deze projecten de financiële consequenties onvoldoende zijn meegewogen. Een tweede is dat de bestuurders vaak leken waren die de instellingen in hun vrije tijd runden. Een derde is dat de bereidheid van de leden van de Antroposofische Vereniging om via schenkgeld deze instellingen te voeden is teruggelopen. En wellicht zijn nog andere verklaringen mogelijk, zoals het veranderde sociale en economische klimaat.

Men kan het een en ander ook als een proces van metamorfose opvatten. De oorspronkelijke instellingen gaan ten onder, maar ze herleven in andere vorm. Te denken valt aan de adviesbureaus die voortkwamen uit het NPI of aan de Vrije Hogeschool en Helicon, die nu onder andere vlag worden voortgezet. Persoonlijk heb ik nog een andere visie. Het komt niet aan op de continuïteit van de instellingen, maar op die van de daarachter liggende intenties. Die intenties, ik noem ze impulsen, zijn hetgeen toekomstwaarde heeft.

De impulsen van Lievegoed

Nu gaan we over de impulsen van Lievegoed spreken. Maar allereerst de vraag: wat versta ik onder een impuls? Ik vat dat ruim op en vat daaronder niet alleen (oproepen tot) acties die tot voorbeeld strekken, maar ook gezichtspunten met toekomstwaarde. Tot voor kort sprak men van de impuls van Bernard Lievegoed. Naar mijn mening zijn er in zijn werk meerdere te onderscheiden. Ik kom dus wel tot twaalf.

1. Ziel

Na de gewaarwordingsziel, kwam de verstands-gemoedsziel en nu de bewustzijnsziel. Van belang, meent Lievegoed, is kennis van de eigen ziel, van de bewustzijnsziel. Die kennis verkrijgen we niet alleen door het ontwikkelen van een rijk innerlijk leven, maar vooral in de ontmoeting met de ander. De ontwikkeling van de ziel is noodzakelijk voor het hogere Ik. Dit ontmoet de wereld door de zich ontwikkelende ziel. De strijd om de ontwikkeling van de mensheid speelt zich af in de zielen van de mensen.

2. Ontwikkeling

Lievegoed benadrukte het belang van ontwikkeling als categorie van de tijd naast de drie categorieën van de driegeleding. Hij ziet ontwikkeling bij de mens, bij de menselijke cultuur en in organisaties. Bij de mens gaat het om complete menswording. Hij kan de kwaliteit vrijheid tot ontplooiing brengen.

3. Vragen stellen

In een van zijn lezingen zei Lievegoed: ‘Ik geloof dat het voor onze ontwikkelingsweg van belang is dat je vragen durft te stellen en dat je die vragen durft vol te houden, durft vast te houden. Want vragen is het enige wat je verder brengt. Een vraag brengt je op een weg, die je dan vaak op dingen brengt die anders zijn dan het antwoord dat je aanvankelijk dacht te kunnen geven.’ Ook bij Parsifal ging het om het stellen van de vraag. De vraag van Ita Wegman aan Rudolf Steiner naar de nieuwe mysteriën noemde deze zijn Parcivalvraag.

4. Moed, strijd

In dit leven moet gestreden worden tegen Lucifer, tegen Ahriman, tegen de Asoera’s. Daar is de bezonnen moed voor nodig die typerend was voor de ridders van de Tafelronde. Een geïnspireerde moed, die de bereidheid omvat om offers te brengen. Hoop biedt zo´n inspiratie. Men moet durven leven en sterven met de hoop. Moedig leren zijn is een belangrijke draad in mijn leven, aldus Lievegoed in Jonas van 6 september 1985. Zodra je twijfelt aan je moed, ben je verloren.

5. Hulp bieden aan minder bedeelden

In de zomer van 1929 bezocht Lievegoed de kliniek in Arlesheim en ontmoette daar Ita Wegman. Met haar besprak hij de mogelijkheid een heilpedagogisch instituut te stichten. Dat werden de Zonnehuizen. Vanuit een visie op karma en reïncarnatie benadrukte Lievegoed dat ook minder bedeelden een hoger ik hebben dat we kunnen leren kennen. Om met hen om te gaan in de therapeutische heilpedagogie is veel offervaardigheid vereist. Dat is een kenmerk van degenen die in de stroming van Mani staan. Om die hulp te kunnen bieden moet een heilpedagogisch instituut een werkelijke gemeenschap vormen.

6. Vormgeven eigen biografie

Lievegoed schreef: ‘De menselijke biografie is als een symfonie die men zelf componeert.’ Lievegoed vond het noodzakelijk dat men wist tot welke karmische stroming men behoorde. Iedereen heeft een sluimerende missie, die ontdekt moet worden. De mensheid is over de drempel gegaan en we moeten openstaan voor de weg naar buiten, die van de noordelijke mysteriën, en de weg naar binnen, die van de zuidelijke mysteriën. Als we naar buiten gaan, komen we in de elementaire wereld. Onvoorbereide mensen kunnen dan flippen. Als we naar binnen gaan, komen we in ons eigen verleden en bij de krachten in onze organen. We moeten stap voor stap nu eens de ene, dan de andere weg verkennen, en in evenwicht blijven.

7. Saturnusweg gaan

Hierover kan ik kort zijn, daar deze impuls afgelopen zaterdag 26 januari door Adriaan Bekman aan de orde is gesteld. Lievegoed heeft de zogeheten saturnusweg beschreven. Lievegoed haakt bij zijn beschrijving van de saturnusweg aan bij die van de aloude maanweg. In de saturnusweg ziet hij de scholingsweg van de daad, waarbij men zich naar buiten richt op de andere mens, diens verschijnselen en noden en deze in een kosmisch perspectief plaatst. Volgens Steiner in Het bewustzijn van de ingewijde ging ook Ita Wegman die weg.

8. De Antroposofische Vereniging als ontmoetingsplaats van diverse oude mysteriënstromen

In zijn boek Mensheidsperspectieven schetst Lievegoed de Europese mysteriestromen, de oostelijke Graalstroom (mysteriën van het licht en van de wijsheid), de westelijke Keltische stroom (mysteriën van de broederlijkheid), de noordelijke Germaanse stroom (mysteriën van de aarde) en de zuidelijke Rozenkruisersstroom (mysteriën van de mens). Rudolf Steiner heeft tijdens de Kerstbijeenkomst van 1923 de Antroposofische Vereniging aangewezen als het sociale orgaan waarin die integratie moet gaan plaatsvinden.

9. Antroposofie door samenwerking in de wereld zetten

Voor Lievegoed was het van belang dat de antroposofie in de wereld zichtbaar werd als een cultuurfactor. Hij wilde strijden voor de sociale erkenning van de antroposofie. Hij deed dit ook door vrijmoedig over antroposofische zaken te praten, ook voor een publiek van leken. Steeds weer benadrukte hij daarbij ook het belang van groepsvorming, van sociaal actief zijn. Bij dit samenwerken onderscheidde hij: inhoud, proces en procedure als sferen van denken, voelen en willen.

10. Onderwijsimpuls

De onderwijsimpuls bleef voor Lievegoed niet beperkt tot zijn hoogleraarschappen. Hij constateerde in Rotterdam en Twente een grote behoefte aan bijstand bij studiekeuze en studievoorbereiding bij veel jongeren en jonge studenten. Dit leidde tot de instelling van een propedeutisch jaar aan de nieuw te stichten Vrije Hogeschool. Maar de blik van Bernard Lievegoed reikte verder. Hij wilde de jonge generatie weerbaar maken voor de komende geestesstrijd. En hij mikte op een totaal nieuw soort hoger onderwijs en gebruikte de Vrije Hogeschool om daarmee te experimenteren.

11. Geestesstrijd in de 21e eeuw

Op tal van plaatsen in zijn geschriften stelt hij de komende geestesstrijd aan de orde. Hij waarschuwt voor de strijd Islam-China-USA (interview: Ik denk dat het wel zo’n vaart zal lopen in Jonas 1983, opgenomen in Lezingen en essays en in Cultuur van het hart). In de Over de redding van de ziel zegt Lievegoed dat het dieptepunt van de strijd zal liggen tussen 2020 en 2040.

12. Cultuur van het hart

De laatste impuls is er een ten behoeve van een ‘cultuur van het hart’, een cultuur die het kwetsbare beschermt en voedt en die is gebaseerd op vertrouwen. Een cultuur waarin mensen vanuit een andere kwaliteit zouden leven en werken, een kwaliteit van warmte en ontwikkeling. We moeten leren inclusief te denken in ontwikkelingsmodellen. Lievegoed verwacht in de toekomst een cultuurmutatie vergelijkbaar met die van de Renaissance.

Veel van deze impulsen zijn min of meer te verbinden aan initiatieven: 5 en 10 aan de Vrije Hogeschool, 5 aan de Zonnehuizen, 2 en 9 aan het NPI.

Tot zover deze impulsen. Tot dusver heb ik er twaalf gevonden, het getal van de tekens van de dierenriem en van de daarmee corresponderende werken van Hercules.

Een ander zal een andere opsomming kunnen geven. Ook het streven van Lievegoed tot creatief samenwerken zou genoemd kunnen worden, zijn combinatie van theorie en praktijk, en dergelijke. Ik ben er overigens ook zelf nog niet uit.

Waarom anno 2013 onderzoek naar de impulsen van Bernard Lievegoed die meer dan veertig jaar terug in de tijd liggen? Daarvoor bestaan goede redenen. Het werk van Bernard Lievegoed – zichtbaar in zijn boeken, maar vooral ook in de vele initiatieven die hij heeft genomen – heeft een geestelijke achtergrond die in de vergetelheid dreigt te geraken, maar het is niettemin van groot belang voor het begrijpen van de maatschappelijke betekenis van de antroposofie. Wij kunnen leren van de visie en ervaringen van Bernard Lievegoed op dit gebied en een nieuwe stoot geven tot het noodzakelijke samengaan van antroposofie en samenleving. Uit het onderzoek zal naar voren komen dat de ene impuls zich meer leent voor de komende tijd dan de andere. Dat kan ook van persoon tot persoon verschillen. En we moeten er vooral ook niet dogmatisch mee omgaan.

Daarom vraagt de Stichting Parsifal Fonds primair aan de kring van bewust levende antroposofen om – vaak opnieuw – ook met de nodige kritiek aandacht te schenken aan de nalatenschap van Bernard Lievegoed. We dragen de naam Parsifal, de naam van de zich ontwikkelende mens, die door een met offers gepaard gaande langdurige strijd gelouterd zijn levenstaak kan aanvangen. Daarbij dient hij belangstelling voor de ander te ontwikkelen en komt hij tot het stellen van de beslissende vraag, die voor beiden een verlossing betekent.

In het voorgaande heb ik veel van de inzichten en activiteiten van Bernard Lievegoed aan de orde gesteld. Toch heb ik slechts een klein deel van zijn werkzaamheden besproken.

Zijn inzichten zijn overigens ook van belang voor de wijze waarop we als sociale sectie werken. In zijn beschouwingen Naar de 21e eeuw (p. 90 e.v.) onderscheidt Bernard Lievegoed onder meer de werkzaamheden van studie-, sociale of initiatiefgroepen en geeft hij voor elk ervan leefregels mee. Voor de studiegroep, waarin zich oud karma openbaart, is het achtvoudige pad van belang. Voor de sociale groep waarin het oude karma opnieuw wordt geordend is dat het zesvoudige pad. En voor de actiegroep, waarin nieuw karma wordt gevormd, gaat het om het vijfvoudige pad, zoals beschreven in Steiners De weg tot inzicht. Hij raadt aan zich bewust te zijn van het soort groep waarin men werkt en of alle leden zich daar in gelijke mate in kunnen vinden.

Aan het begin heb ik u reeds opgeroepen om samen met Jelle van der Meulen, Michel Gastkemper en mijzelf mee te werken aan het verder ontsluiten en werkzaam maken van de inzichten van Bernard Lievegoed voor de toekomst. Graag nodig ik nogmaals degenen, die zich door het voorgaande aangesproken voelen, uit om mee te dragen aan dit initiatief van de Stichting Parsifal Fonds. Dat kan op formele (in het bestuur of in een werkgroep) of informele wijze onder meer door:

– deel te nemen aan de discussie hier of in een van de door onze stichting te vormen kringen

– deel te nemen aan deze studiekringen over een of meer van de impulsen

– deel te nemen aan de organisatie ervan

– deel te nemen aan onderzoek

– publicatie op ons blog

– geldelijke ondersteuning.

Het lijkt me daarnaast ook van belang dat we in de toekomst ons meer verdiepen in hetgeen Bernard Lievegoed ook onze sectie nog te zeggen heeft.

2 Responses to Twaalf impulsen

  1. Faridah Zwanikken. says:

    Beste Hans, Je schreef me dat je een reactie van mij op prijs zou stellen. Dank je. Wat een goede samenvatting! Buitengewoon. Ik heb de indruk dat de Noord-Zuid as ons voorlopig zou moeten bezighouden in het begin van de 21e Eeuw. Het is duidelijk dat Bernard daar zeer geinteresseerd in was. Als we de Zuid-impuls zouden oppakken zitten we in het centrum op het moment waar alle vragen om draaien: wat is de mens? De koningin van het Zuiden aan het uiteinde der wereld ging niet voor niets naar Salomon en Christus zegt niet voor niets: hier is meer dan die. In het Noorden wordt gewacht op de kosmische Christus ( de 12 ledige mens). Het draait om het mysterie van het lichaam en zijn metastase. Hij was niet voor niets arts. Kunnen wij het lichaam gezond houden en kunnen wij het heiligen. Kunnen wij in de graal met de medemens en samen van het water des levens drinken. En dan kom je uit bij voeding, beweging, contact, gesprek, slaap-waakritme, etc. kortom bij maat, ritme of melodie. In deze as is volgens mij voor de nabije toekomst veel te herkennen aan intentie van wat hem heeft beziggehouden.Met hartelijke groet, Faridah Zwanikken

  2. I.M.Hoek says:

    Beste Hans,
    Dank zeer voor je initiatief, dat voor Lievegoeds wezen zeker een warmer welkom zal kunnen gaan worden, dan zonder zo’n edel streven mogelijk geweest zou zijn. En natuurlijk werkt het ook andersom: tenminste de Nederlandse antroposofen kunnen zich, door zich gezamenlijk op Lievegoeds bijdrage aan het Nederlandse geestesleven te bezinnen, wellicht ook gezamenlijk weer nieuw enthousiasme voor de sociale impulsen van de Kerstbijeenkomst 1923 en hun eigen geboorte-impulsen en werk daarvoor specifiek in Nederland, zich eigen maken. Naast jouw diepgravend exposé, tevens oproep voor allen deel te nemen met de eigen ‘herinneringen, dromen en gedachten’, ben ik ook erg blij met Hugo Verbrughs mooie en doorwrochte artikel, dat van een gewetensvol zorgvuldig onderzoek getuigt. En je beide, door jou succesvol aangetrokken, schrijvers blijken al vol goede moed aan de, door hen zichzelf toegewezen taken te zijn begonnen. Ik wil hieronder proberen in een, jouw 12 punten samenvattende 8-tal punten, mijn aanvullingen op je ‘12 Herculeswerken’ te noteren. Ik doe hierbij, bij nader inzien, geen poging om mijn beide commentaren op jouw stuk op de interne website van de Sociale Sectie voor een bijdrage hier te herschrijven. Het is dus een nieuw commentaar geworden.

    1. Ik maakte Lievegoed zelf vooral mee in de Ita Wegman kliniek in Arlesheim, waar hij minimaal 2 x per jaar in een groter internationaal gezelschap zich boog over a. de taken van de antroposofisch-medische beweging en b. de nieuwe impuls van de zogeheten ‘Weihnachtstagung’ (Kerstbijeenkomst 1923/’24), waarin Steiner, noodgedwongen na de brand van zijn Goetheanum, zijn eigen Oost-West-Hogeschoolimpuls geheel expliciteerde en tevens sociaal wetmatig in de maatschappij inbedde, voor welk doel hij ook een nieuwe Europese oefen– en meditatieschool noodzakelijk achtte en in beginsel heeft ingericht. Het gezelschap was vooral Engels, Duits en Hollands, elkaar dierbaar, en rijkelijk voorzien van grotere en grote mensheidsleiders, waartussen Lievegoed zeker geen dominante persoon was, maar zich zichtbaar wel zeer thuis voelde; hij werd er alom gewaardeerd. Naar van zijn biografie bekend is, maakte hij hier ook Ita Wegman zelf nog mee. Hier bloeide dus, naast de Rozenkruisers- en Manicheïsche of Katharen-stroming vooral ook de, ‘op aarde thuis zijnde’, Alexanderstroming van de derde koning, die we, geloof ik, ook wel ‘Abeltje’ mogen noemen. Steiner gaf als de wortels van zijn, oorspronkelijk van de Asklepiaden afkomstige, medische beweging zowel de op de biologie en evolutieleer gerichte Griekse Aristotelische filosofie aan, als de op de loutering van het zielenleven in de Middeleeuwen gerichte Katharenstroming, als de eerste wezensdelenbeschrijvingen van Paracelsus, als de op de alchemie, de veredeling van het menselijke ras en de sociale gelijkheid gerichte Rozenkruisersstroming en de op het innerlijk schouwen gerichte Islam in Europa aan, en voor de sociale impuls, naast de Rozenkruisersimpuls, speciaal ook het Johanneïsche denken. – De antroposofie moet je dus nemen, zoals Steiner dit zelf ook in zijn eigen autobiografie doet, als de menskunde die vanaf de Griekse filosofie gezocht en in het Europese geestesleven verder ontwikkeld werd, tot de principiële afronding van het project in de moderne tijd mogelijk werd, toen hierin niet alleen de cyclus van geboorte en dood eindelijk bewust gehanteerd kon worden, maar dit ook aan derden geleerd kon worden, ja, ‘in principe aan iedere mens’. Niet alleen gaat het begrip ‘antroposofie’ terug tot het begin van onze jaartelling, namelijk tot Paulus, zoals Renatus Ziegler in zijn studie daarnaar in een Beiträge zur Gesamtausgabe over dat onderwerp ontdekte (nr. 121, 1999), maar het is dus het streven van de Europese filosofische antropologie zelf en sterker nog: naar Steiners definitie van het begrip in oktober 1902 duidt dit begrip ook op de wordende zelfkennis van de mens, zoals die in de vóór-filosofische tijd zich cultureel ontwikkelde, dus in de 3 eraan voorafgaande cultuurperioden. Er is dus geen sprake van dat dit geestesleven van de mens zelf ooit vergeten zou kunnen gaan worden. Integendeel maakt de mensheid in onze tijd zich dit eigen geestesleven in een veel sneller tempo eigen dan in de vorige eeuw, omdat de geestelijke leiding zich inmiddels vooral ook op groepsprocessen richt. En door deze ‘antroposofie’ weten wij ook dat en hoe onze scholing tot het einde van ‘onze’, ‘5de’ of ‘na-atlantische’, of ‘Indo-Germaanse’ cultuurtijd geheten cultuurperiode (omstreeks 8000 na Christus) in principe ritmisch is vastgelegd. Dit in Arlesheim altijd aanwezige wereldhistorische besef van de centraal met het Christendom, als haar eigen heilige geest-streven, verbonden ‘antroposofie’ maakte hoogstwaarschijnlijk ook dat Lievegoed zich met zijn zo werkzame geestimpuls nooit exclusief of sektarisch voelde, maar integendeel een zeer zelfbewuste en zich voor de sociale vooruitgang mede verantwoordelijk voelende, warmhartige en verlichte tijdgenoot.

    2. De ontwikkeling van het menselijke zielenleven door de 7 kunsten, als de voorbereiding voor diens geestesleven in de wetenschappen, zag hij zeker ook als de centrale opgave voor het Midden-Europese geestesleven, dat zich, door middel van een steeds bewuster ter hand genomen eigen biografische vormgeving, tussen de culturen van het Oosten en Westen meer en meer een eigen gezicht moest gaan geven. De antroposofie kon hierbij, naast haar verantwoordelijkheid voor het menselijke geestesleven als zodanig, de strevende mens special ook de middelen voor de vorming van de Midden-Europese, therapeutisch en sociaal gerichte, hartecultuur verschaffen.

    3. Het begrip ‘ontwikkeling’ behoort hierbij tot het evolutieprincipe van de antroposofie dat Steiner met Goethes benoeming ervan kenschetst: Polarität und Steigerung. Deze beide dynamische begrippen houden m.i. het begrip ‘ontwikkeling’ in, zij het dat dit dus een passieve en actieve component heeft, waarbij het eerste (als wat een schepsel door kan maken) steeds meer in het tweede overgaat (als een door de mens zelf meebepalen van zijn verdere evolutie).

    4. Het spreekt bijna ook vanzelf, dat in dit meer en meer zelf mee kunnen gaan bepalen van je lot, de bewuste vraag naar enerzijds de geestelijke leiding van mens en mensheid en naar anderzijds hetgeen de ander ontbeert en behoeft, die steeds vrijere geestesontwikkeling mogelijk maakt. Het werk aan je eigen geestontwikkeling en de noodzaak ervan, kan je immers steeds meer bewust worden door het zicht op de concrete behoefte eraan bij de ander.

    5. En uiteraard is er voor elk actief je toekomst tegemoet gaan veel moed en strijd nodig, omdat een geactiveerde wil altijd op de één of andere wijze aanstoot geeft, of tenminste de gemoederen in beweging brengt.

    6. Actief de toekomst tegemoet gaan kan men eigenlijk alleen met de ethische intuïtie, oftewel met de strikt individueel op te vatten, eigen ethische doelstellingen. Dit kan men ook ‘de Saturnusweg gaan’ noemen.

    7. Lievegoed behoorde tot de, in 1935 uit de (Zwitserse) AAG gezette, Alexandrinische geestesstroming, en heeft zowel de strijd tussen de verschillende secties van Steiners bedoelde Hogeschool met hun eigen economische instituties na diens dood, als ook het verbod van de AAG door de Nazi’s intensief meegemaakt. Voor en tijdens de oorlog werden zijn Zonnehuizen zo ook veilige wijkplaatsen voor vele Duitse antroposofen. Van de, alleen door ware inzichten in de menswording te verkrijgen, mensheidsvredesimpuls die door de antroposofie mogelijk werd en reeds vergaand door Steiner inhoudelijk ontwikkeld was, was hij dus ook diep doordrongen. Hij maakte zo ook vrij bewust mee, hoe na de oorlog Michaels werk voor de eenwording van de Europese stromingen, met hun verre uitstraling naar de culturen van Oost en West, weer verder zichtbaar werd (zie ook mijn reactie op Jelle van der Meulens schrijftaak-ideeën: Waarom eigenlijk?). Het begrip ‘geestesstrijd’, namelijk vooral ook om het ware mensbeeld, dat de mensheid zich van haar eigen verdere wording vormt en dat als zodanig deze menswording ook steeds meer mede gaat bepalen, evenals haar concrete sociale vredesmogelijkheden in allerlei mogelijk optredende conflicten op de vele, gedifferentieerde terreinen van de cultuur, zie ik hier ook mee verbonden.

    8. Het lag dus ook in het karma van Lievegoed een werkelijk culturele leider van het specifiek Nederlandse geestesleven te kunnen worden. Relatief snel werd hij immers door derden gevraagd zowel professor te worden, als mee te werken aan een sociale ontwikkeling in het bedrijfsleven. In Nederland kwam nu de Germaanse impuls naar voren van ‘boven de Romeinse limes’ van weleer, die immers slechts tot Utrecht liep. Het is op een broederlijk economisch leven gericht, waarin men ‘schouder aan schouder’ werkt, enthousiast voor het groepsvermogen dat groter is dan een verwerkelijkingsimpuls van iemand alleen kan zijn, en waarbij ook meer en meer op een zich weer ontwikkelend rechtsgevoel in de groep vertrouwd kan worden. Specifiek voor Nederland is hierin ook een speciaal op de opvoeding van kinderen en de zelfopvoeding van volwassenen gerichte, meer vrouwelijke cultuur, met een begaafdheid ook om wereldwijd tussen de verschillende volken en geestesstromingen sociaal opbouwend, bemiddelend en verzoenend te werken.

    Jullie allen veel succes verder toegewenst, Ida-Marie Hoek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: